Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Mandaat

Onderdeel van Bevoegdheidsregeling DNB 2018· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 26 september 2018

Ieder lid van de directie wordt mandaat verleend om met inachtneming van de beperkingen die volgen uit de taaktoebedeling zoals vastgelegd in de Statuten van De Nederlandsche Bank N.V. en het Reglement van Orde als bedoeld in artikel 28 van de Statuten van De Nederlandsche Bank N.V., alsmede de Bankwet 1998, namens DNB de besluiten te nemen die op grond van de Wetten door DNB genomen kunnen worden. Aan ieder lid van de directie wordt tevens machtiging verleend om de onderzoeksbevoegdheden uit te oefenen die bij of krachtens de Wetten aan DNB toekomen. Aan Divisiedirecteuren van: de Divisie Betalingsverkeer & Marktinfrastructuur; de Divisie Chartaal Betalingsverkeer; de Divisie Financiële Stabiliteit; de Divisie Juridische Zaken (General Counsel); de Divisie On-site toezicht en bancaire expertise; de Divisie Resolutie; de Divisie Statistiek; de Divisie Toezicht Europese Banken; de Divisie Toezicht horizontale functies en integriteit; de Divisie Toezicht nationale instellingen; de Divisie Toezicht pensioenfondsen; de Divisie Toezicht verzekeraars; zoals deze divisies luiden of zullen komen te luiden, wordt mandaat verleend om binnen het functiegebied van hun divisie namens DNB de besluiten te nemen die op grond van de Wetten door DNB genomen kunnen worden, alsmede machtiging om de onderzoeksbevoegdheden uit te oefenen die bij of krachtens de Wetten aan DNB toekomen. Afdelingshoofden van de in het vorige lid genoemde Divisies alsmede het sectiehoofd van de Sectie Chartaal Toezicht wordt mandaat verleend om binnen het functiegebied van hun divisie namens DNB de besluiten te nemen die op grond van de Wetten door DNB genomen kunnen worden, alsmede machtiging om de onderzoeksbevoegdheden uit te oefenen die bij of krachtens de Wetten aan DNB toekomen. Leden van de directie zijn bevoegd ondermandaat te verlenen aan een of meer divisiedirecteuren, afdelingshoofden of Toezichthouders die onder hun verantwoordelijkheid werkzaam zijn; Divisiedirecteuren zijn bevoegd ondermandaat te verlenen aan een andere divisiedirecteur, of aan een afdelingshoofd of een of meer Toezichthouders die onder hun verantwoordelijkheid werkzaam zijn; Afdelingshoofden zijn bevoegd ondermandaat te verlenen aan een of meer Toezichthouders die onder hun verantwoordelijkheid werkzaam zijn. Het bepaalde in het eerste tot en met derde lid heeft geen betrekking op het nemen van besluiten ter uitvoering van de taak als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van de Bankwet 1998. In afwijking van het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid wordt een beslissing op bezwaar niet genomen door degene die krachtens mandaat het besluit heeft genomen waartegen het bezwaar zich richt. In afwijking van het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid is degene die van een overtreding een rapport heeft opgemaakt niet gemandateerd om een besluit te nemen waarbij ter zake van die overtreding een bestuurlijke boete wordt opgelegd. Onverminderd het bepaalde bij artikel 12a, derde lid, van de Bankwet 1998 is in afwijking van het bovenstaande het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels als bedoeld in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht voorbehouden aan de directie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel