C1-formulier: Voor de vaststelling van de aanspraak op een reisdocument maakt u gebruik van het C1-formulier. Dit C1-formulier is een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gesteld formulier. Het nieuwe C1-formulier is te vinden op: https://www.rvig.nl/documenten/formulieren/2015/03/11/c1.
De basisadministratie vormt het uitgangspunt voor de controle die de burgemeester of gezaghebber in onderdeel 1 doet.
Verblijfsdocument: De aanvrager moet het verblijfsdocument overleggen. De gegevens over de nationaliteit en verblijfstitel zijn relevant. Deze moeten worden vergeleken met de gegevens in de basisadministratie.
Overige bewijsstukken: De aanvrager moet mogelijk bewijsstukken overleggen. Hierbij kan gedacht worden aan een brief van een ambassade van het land van de eigen nationaliteit. Hiermee kan de aanvrager aantonen dat hij geen reisdocument kan krijgen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) voor onderdeel 2a.
Circulaire van de Minister van Buitenlandse Zaken: De ‘Circulaire over beoordeling aanvraag vreemdelingenpaspoort in het licht van internationale betrekkingen’ van de Minister van Buitenlandse Zaken geeft een instructie aan de burgemeester of gezaghebber over de controle van de internationale betrekkingen (onderdeel 2b). De circulaire is nodig om te bepalen of onderdeel 2b inhoudelijk getoetst moet worden door de Minister van Buitenlandse Zaken.
Indien nodig het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor onderdeel 2b.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 3
Welke documenten en instanties moet u raadplegen?
Onderdeel van Circulaire aanvraagprocedure reisdocumenten voor vluchtelingen of vreemdelingen als bedoeld in artikel 12, 14 en 15, tweede lid, van de Paspoortwet· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2018