Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 21

DKG GGZ

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2019· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 2 november 2018

1. Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG GGZ per zorgverzekeraar op: de indeling in DKG GGZ klassen 2019 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in bijlage 9 van deze Beleidsregels; de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2018 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s GGZ en zzp’s GGZ die in 2016 geopend zijn; de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2018 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s GGZ en zzp’s GGZ die in 2015 geopend zijn; de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2017 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s GGZ die in 2014 geopend zijn; Wlz-opgaven die via Vektis zijn aangeleverd met betrekking tot zzp’s in 2016 en 2015; AWBZ-opgaven die via Vektis zijn aangeleverd met betrekking tot zzp’s in 2014 en 2013. 2. Het Zorginstituut koppelt op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer de opgaven, bedoeld in het vorige lid, aan het VPPKB 2017. Het Zorginstituut bepaalt op basis hiervan en met inachtneming van bijlage 9 van deze Beleidsregels per verzekerde in welke DKG GGZ klasse de verzekerde valt. Als een verzekerde in meer DKG GGZ klassen valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de hoogste voor hem toepasselijke klasse in. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 3. Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse 1 tot en met 13 van het criterium DKG GGZ de trendtabel voor dit criterium toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling. Het Zorginstituut vermenigvuldigt de zwaarte, genoemd in het vorige lid, twee keer met de toepasselijke trendfactor uit de tabel. Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het VPPKB 2017 voor het eerst voorkomen per DKG GGZ klasse de gemiddelde prevalentie voor de betreffende klasse van de overige verzekerden in het VPPKB 2017 toe. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2018, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 4. Als een verzekerde niet in een klasse ‘1’ tot en met ‘17’ van het criterium DKG’s GGZ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’ in. 5. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG’s GGZ naar de macroverzekerdenraming.

Rechtspraak bij dit artikel