**1.** Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium MVV per zorgverzekeraar met betrekking tot:
de leeftijd op het VPPKB 2019;
de kosten op declaraties kosten van verpleging en verzorging 2016 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer tot en met 31 december 2018, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2019 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
de kosten op declaraties verpleging en verzorging 2017 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer tot en met 31 december 2019, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2020 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
de kosten op declaraties verpleging en verzorging 2018 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2020 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
het VPPKB 2018.
**2.** Het Zorginstituut herleidt de percentages van de MVV klassen tot drempelbedragen.
**3.** Het Zorginstituut bepaalt op basis van de som van de declaraties bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c en d de drempelbedragen, bedoeld in het tweede lid, en een koppeling met het VPPKB 2019 per verzekerde in welke MVV klasse de verzekerde wordt ingedeeld.
**4.** Het Zorginstituut deelt met inachtneming van artikel 9, achtste lid, van de Regeling verzekerden met kosten gelijk aan de drempelbedragen naar rato in bij de betreffende klassen.
**5.** Indien de percentielgrens gelijk is aan nul euro deelt het Zorginstituut, met inachtneming van artikel 9, negende lid, van de Regeling, verzekerden met kosten op de percentielgrens in bij de klasse ‘Geen MVV’.
**6.** Het Zorginstituut deelt, met inachtneming van artikel 9, zesde lid van de Regeling, verzekerden in een Wlz-instelling in in de klasse ‘Geen MVV’.
**7.** Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen MVV’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in bij de klasse ‘Geen MVV’.
Hoofdstuk IV
Artikel 46
MVV
Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2019· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 2 november 2018