Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 48

DKG GGZ

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2019· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 2 november 2018

1. Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium DKG GGZ per zorgverzekeraar op: de indeling in DKG GGZ 2019 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in bijlage 9 van deze Beleidsregels; de opgave van de zorgverzekeraar aan het Zorginstituut per 1 juni 2020 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s en zzp’s GGZ die in 2018 geopend zijn; de opgave van de zorgverzekeraar aan het Zorginstituut per 1 juni 2019 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s en zzp’s GGZ die in 2017 geopend zijn; de opgave van de zorgverzekeraar aan het Zorginstituut per 1 juni 2018 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s en zzp’s GGZ die in 2016 geopend zijn. 2. Het Zorginstituut koppelt op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer de opgaven, bedoeld in het vorige lid, aan het VPPKB 2019. Het Zorginstituut bepaalt op basis hiervan met inachtneming van bijlage 9 van deze Beleidsregels per verzekerde in welke DKG GGZ klasse de verzekerde valt. Als de verzekerde in meerdere DKG GGZ klassen valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de hoogste voor hem toepasselijke DKG GGZ klasse in. 3. Als een verzekerde niet in een klasse ‘1’ tot en met ‘17’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’ in.

Rechtspraak bij dit artikel