De vaststelling van de aanspraak op een vreemdelingenreisdocument omvat drie onderdelen:
Beoordeling van gegevens als bedoeld in artikel 12 PUN door de uitgevende autoriteit (de burgemeester of gezaghebber) waar de aanvraag in ontvangst is genomen;
Beoordeling van mogelijke verblijfsrechtelijke bedenkingen als bedoeld in artikel 13 PUN door de Minister van Justitie en Veiligheid, en;
Beoordeling in het licht van de internationale betrekkingen als bedoeld in artikel 14 PUN door de Minister van Buitenlandse Zaken.
De verstrekking van reisdocumenten aan vreemdelingen vindt enkel in uitzonderlijke situaties plaats omdat dit naar internationale opvatting een inbreuk op de soevereiniteit van een andere staat oplevert. Alleen die staat zelf bepaalt in beginsel aan welke onderdanen hij een reisdocument afgeeft. Verstrekking van een reisdocument aan een vreemdeling zal daarom in principe dan ook alleen kunnen plaatsvinden indien deze vreemdeling van zijn land, noch van enig ander land een reisdocument kan verkrijgen of reeds verkregen heeft.
De burgemeester of gezaghebber raadpleegt de Minister van Buitenlandse Zaken voor de beoordeling in het licht van de internationale betrekkingen. De Minister van Buitenlandse Zaken beziet of de aanvrager geen reisdocument van een ander land kan verkrijgen dan wel kan aantonen dat van hem redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat hij van een ander land een reisdocument aanvraagt en beoordeelt of er bedenkingen zijn in verband met internationale betrekkingen.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 2
De rol van de Minister van Buitenlandse Zaken in de aanvraagprocedure
Onderdeel van Circulaire over beoordeling aanvraag vreemdelingenreisdocument in het licht van internationale betrekkingen· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2018