Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

Walslang

Onderdeel van Beleidsregel over boordvoorzieningen ex Subsidieregeling riolering woonboten 2018–2020· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 december 2018

1. De walslang bestaat uit een flexibele slang voorzien van een verwarmingslint en isolatie. 2. Het verwarmingslint is aangebracht: in de slang; of buiten de slang, voorzien van isolatie en een beschermingsmantel. 3. Een walslang met een verwarmingslint in de slang voldoet aan de volgende eisen: de walslang bestaat uit een flexibele slang met verwarmingslint en is voorzien van isolatie; de werkdruk van de walslang is minimaal 3 bar tot 80°C; de buitenmantel van de walslang is waterdicht uitgevoerd; het verwarmingslint is zuurbestendig. 4. Een walslang met een verwarmingslint buiten de slang voldoet aan de volgende eisen: er is een walslang van het type thermal control toegepast; de walslang is vervaardigd uit PVC, voorzien van isolatie en polyamide zwart geribbelde beschermmantel; er is een verwarmingslint van het type CCE-04-CT, met zelfregulerende temperatuur tussen minimaal 5°C en maximaal 20°C, toegepast; het verwarmingslint is rondom de walslang aangebracht, onder de isolatie en de beschermmantel; de buitenmantel van de slang is waterdicht uitgevoerd. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Subsidieregeling riolering woonboten 2018–2020 in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel