Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Artikel 9

Onderdeel van Mandaatbesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 8 november 2018

1. Door of namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verleende mandaten en ondermandaten op het terrein van veiligheid behoudens de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, die op 13 oktober 2010 van kracht waren, worden aangemerkt als mandaten die met ingang van 14 oktober 2010 zijn verleend door of namens de Minister van Justitie en Veiligheid, met dien verstande dat: mandaten aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden aangemerkt als mandaten aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid; mandaten die rechtstreeks zijn verleend aan functionarissen die ressorteren onder het directoraat-generaal Straffen en Beschermen, het directoraat-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving of de Inspectie Justitie en Veiligheid worden aangemerkt als ondermandaten die overeenkomstig dit besluit zijn verleend. 2. Door of namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verleende mandaten en ondermandaten op het terrein van de vreemdelingenwetgeving en van de Rijkswet op het Nederlanderschap, die op 4 november 2012 van kracht waren, worden aangemerkt als mandaten die met ingang van 5 november 2012 zijn verleend door of namens de Minister van Justitie en Veiligheid, met dien verstande dat: mandaten aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden aangemerkt als mandaten aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid; mandaten die rechtstreeks zijn verleend aan functionarissen die ressorteren onder het directoraat-generaal Migratie worden aangemerkt als ondermandaten die overeenkomstig dit besluit zijn verleend.

Rechtspraak bij dit artikel