Op degene die op grond van artikel 51a, derde lid, van de Waterschapswet gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken met de waarneming van het ambt van voorzitter is belast, zijn de bepalingen in deze afdeling 4.2 en afdeling 4.3, voor zover die betrekking hebben op de rechtspositie van de voorzitter, van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 4.2.3, 4.2.17, 4.2.18 en 4.2.19.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4.2 › Paragraaf 3
Artikel 4.2.14
Vergoeding bij waarneming van de voorzitter
Onderdeel van Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 28 maart 2019