Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen:
de vergoedingen en toelage, bedoeld in de artikelen 4.1.6 en 4.2.6;
de tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering, bedoeld in artikel 4.1.10;
de vergoedingen in verband met verhuizing, bedoeld in artikel 4.2.7, eerste lid;
de vergoeding van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 4.1.7, eerste lid, en de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 4.2.9, eerste lid;
de betaling of vergoeding van de kosten voor energie en water, bedoeld in artikel 4.2.8, derde lid;
de vergoeding van de belastingheffing, bedoeld in de artikel 4.2.10, zesde lid;
de vergoeding van de kosten in verband met loopbaanoriëntatie en mobiliteit bevorderende activiteiten, bedoeld in artikel 4.2.11, eerste lid;
de voorzieningen ten behoeve van een veilige woon- en werkplek als bedoeld in artikel 4.3.1, eerste en tweede lid;
de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in artikel 4.3.2;
de vergoeding van de kosten voor scholing als bedoeld in artikel 4.3.3;
de vergoeding van de contributie van een beroepsvereniging, bedoeld in artikel 4.3.4, en
een voorziening of financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 4.3.7, eerste lid.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4.3
Artikel 4.3.8
Eindheffingsbestanddelen
Onderdeel van Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 14 oktober 2023