**1.** De Minister beoordeelt aan de hand van de voortgangsrapportage tussentijds de uitvoering van het project.
**2.** De beoordelingscommissie adviseert de Minister uiterlijk 8 weken na ontvangst van de voortgangsrapportage over de tussentijdse beoordeling.
**3.** De Minister kan besluiten het bedrag van de subsidieverlening te verlagen dan wel de subsidieverlening te beëindigen.
**4.** De Minister besluit in voorkomend geval uiterlijk vier weken na ontvangst van het advies van de commissie.
**5.** Indien de onderwijsinstelling de voortgangsrapportage niet uiterlijk op het indieningstijdstip, bedoeld in artikel 19, vijfde lid, indient, wordt de subsidieverlening ten nadele van de onderwijsinstelling gewijzigd. Voorafgaand aan de wijziging van de subsidieverlening wordt de betaling van het in artikel 31, eerste lid, bedoelde voorschot geheel of gedeeltelijk opgeschort.
**6.** De tussentijdse beoordeling kan niet leiden tot verhoging van de subsidieverlening.
Paragraaf 4
Artikel 28
Tussentijdse beoordeling
Onderdeel van Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 18 december 2021