**1.** De vergoeding voor tijdelijke huisvesting, bedoeld in artikel 3.2.7, tweede lid, onder a, van het besluit, bedraagt per maand het bedrag van de gemaakte kosten voor tijdelijke huisvesting, doch ten hoogste 18% van de bezoldiging van de burgemeester of de wethouder bedoeld in artikel 3.2.1, eerste onderscheidenlijk derde lid, van het besluit.
**2.** In de gemaakte kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn begrepen de kosten voor energie en water, maar niet de kosten voor overige diensten of zaken.
**3.** De reiskosten voor één bezoek per week aan de woning waar de burgemeester of de wethouder ten tijde van de benoeming woonde, bedoeld in artikel 3.2.7, tweede lid, onder b, van het besluit worden met overeenkomstige toepassing van artikel 3.6, eerste tot en met vierde lid, vergoed.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
Vergoeding kosten tijdelijke huisvesting burgemeester en wethouders
Onderdeel van Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 14 december 2024