Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.7

Bijzondere bepalingen reiskostenvergoeding burgemeester

Onderdeel van Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2019

1. Indien de burgemeester voor de uitoefening van zijn functie voor vervoer met een bestemming binnen de gemeente, anders dan voor woon-werkverkeer, regelmatig gebruik maakt van de eigen personenauto, kan hem voor dat vervoer op zijn verzoek in plaats van de vergoeding, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, een vaste vergoeding worden toegekend. 2. De vaste vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per maand: € 31,08 in gemeenten met een oppervlak tot 50 vierkante kilometer; € 44,40 in gemeenten met een oppervlak van 50 tot 100 vierkante kilometer; € 66,60 in gemeenten met een oppervlak van 100 tot 150 vierkante kilometer; € 79,92 in gemeenten met een oppervlak van 150 vierkante kilometer en meer. 3. Een burgemeester die de beschikking heeft over een dienstauto en daarnaast regelmatig gebruik maakt van een eigen personenauto, ontvangt een vergoeding die is gebaseerd op de helft van de in het tweede lid genoemde bedragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel