**1.** Vrijstelling van het verbod wordt verleend aan personen die bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder ‘trustdienst’, onderdeel d, van de wet voor zover:
de bemiddeling is gericht op de verkoop van een rechtspersoon door een trustkantoor dat beschikt over een vergunning; of
de rechtspersoon op welke de bemiddeling betrekking heeft een onderneming drijft en de verkoop van die rechtspersoon geen verband houdt met beëindiging van die onderneming onder voortzetting van die rechtspersoon.
**2.** Voor de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, gelden de volgende voorschriften:
de bemiddelaar beschikt over procedures gericht op het achterhalen van de intentie van de beoogde koper van de rechtspersoon met betrekking tot de onderneming die de rechtspersoon drijft en legt die intentie schriftelijk vast;
de bemiddelaar leeft de procedures, bedoeld in onderdeel a, na;
de bemiddelaar draagt zorg voor schriftelijke vastlegging van de overeenkomst tot bemiddeling en de overeenkomst tot verkoop van de rechtspersoon; en
de bemiddelaar bewaart de stukken, bedoeld in de onderdelen a en c, gedurende ten minste vijf jaar en houdt deze op een voor de Nederlandsche Bank toegankelijke wijze beschikbaar.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Vrijstelling bemiddeling bij verkoop
Onderdeel van Regeling toezicht trustkantoren 2018· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2019