**1.** Een opsporingsambtenaar als bedoeld in de artikelen 141, onderdelen b, c en d, en 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering die geen lid is van een infiltratieteam kan worden belast met de uitvoering van een bevel tot infiltratie of tot stelselmatige inwinning van informatie, indien hij beschikt over de specifieke kennis en vaardigheden, benodigd voor de uitvoering van het bevel.
**2.** Het hoofd van het team van de Eenheid landelijke opsporing en interventies dat is belast met de operationele ondersteuning van de infiltratieteams, of het hoofd van een infiltratieteam als bedoeld in de artikelen 5 en 6, beoordeelt of een opsporingsambtenaar beschikt over de specifieke kennis en vaardigheden, benodigd voor de uitvoering van het bevel, en adviseert de officier van justitie terzake.
**3.** Indien de opsporingsambtenaar wordt belast met de uitvoering van een bevel tot infiltratie, wordt hij, gedurende de periode die nodig is voor de uitvoering van het bevel, begeleid door een begeleider van een infiltratieteam. Hij wordt niet belast met de uitvoering van een bevel tot infiltratie dan nadat door of namens Onze Minister onder wiens verantwoordelijkheid hij werkzaam is hiervoor toestemming is gegeven.
**4.** Indien de opsporingsambtenaar wordt belast met de uitvoering van een bevel tot stelselmatige inwinning van informatie, kan hij, gedurende de periode die nodig is voor de uitvoering van het bevel, worden begeleid door een begeleider van een infiltratieteam. De officier van justitie beslist terzake.
Artikel 8
[eisen aan opsporingsambtenaar die geen lid van infiltratieteam is]
Onderdeel van Samenwerkingsbesluit bijzondere opsporingsbevoegdheden 2019· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024