**1.** Bij ieder verzoek wordt vastgelegd:
de identiteit of het kenmerk van de geautoriseerde opsporingsambtenaar die het verzoek heeft behandeld en het bestand heeft geraadpleegd;
de identiteit of het kenmerk van de opsporingsambtenaar die het verzoek heeft gedaan;
het kenmerk van het bevel van de officier van justitie;
in het kader van welk opsporingsonderzoek de raadpleging plaatsvindt;
de datum en het tijdstip van het verzoek;
de datum en het tijdstip van de raadpleging;
de in het verzoek opgenomen politiegegevens, bedoeld in artikel 126jj, derde lid, tweede volzin, van de wet en de ingevoerde zoekvraag;
de gegevens op grond waarvan kan worden nagegaan welke gegevens naar aanleiding van het verzoek zijn verstrekt inclusief de mededeling van het niet voorhanden zijn van een gegeven;
de datum en het tijdstip van de verstrekking.
**2.** Artikel 32, vierde lid, van de Wet politiegegevens is van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 3
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Besluit vaststelling nadere regels vastleggen en bewaren kentekengegevens ex artikel 126jj Wetboek van Strafvordering door politie· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2019