In artikel 2, vierde lid, van het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden is bepaald dat de onkostenvergoeding voor aan de uitoefening van het statenlidmaatschap verbonden kosten genoemd in het derde lid van artikel 2, per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar.
Zoals beschreven in paragraaf 1, wordt in 2019 voor de laatste keer de oude systematiek gehanteerd. Dit betekent het volgende.
De consumentenprijsindex voor 2018 is bepaald op 103,95. Voor 2017 was dit indexcijfer 102.03. Procentueel is dat een verhoging van 1,9. Dit betekent dat het bedrag van de onkostenvergoeding voor statenleden per 1 januari 2019 wordt verhoogd met 1,9%.
Met ingang van 1 januari 2019 bedraagt de onkostenvergoeding genoemd in artikel 2, derde lid, van het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden voor de onkostenvergoeding voor aan de uitoefening van het statenlidmaatschap verbonden kosten € 173,40 (was € 170,17) per maand.
Artikel 12
Onkostenvergoeding statenleden
Onderdeel van Circulaire 2019 (onkosten)vergoeding voor politieke ambtsdragers van provincies, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2019