In artikel 13, juncto artikel 2, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden is het bedrag bepaald van de vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie dat per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van het indexcijfer CAO lonen overheid inclusief bijzondere beloningen geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar.
Zoals beschreven in paragraaf 1, wordt in 2019 voor de laatste keer de oude systematiek gehanteerd. Zoals hiervoor reeds opgemerkt was het indexcijfer CAO lonen overheid inclusief bijzondere beloningen geldend voor de maand september 2017 bepaald op 108,5 en voor 2016 op 108,6. Deze geringe verlaging van 0,09% is per 1 januari 2018 niet doorberekend in de vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen voor commissieleden, waarmee de bedragen voor het jaar 2018 op hetzelfde niveau gebleven zijn als de bedragen voor 2017.
Met deze verlaging moet echter nu wel rekening worden gehouden bij de berekening van de bedragen over 2019. Het indexcijfer CAO lonen overheid voor 2018 is bepaald op 112,1. Voor 2017 was dit indexcijfer 108,5. Procentueel is dat een verhoging van 3,3. De volgende berekeningswijze is thans gehanteerd. De verlaging van 0,09% die per 1 januari 2018 niet is doorgevoerd, is nu bij de berekening van de bedragen over 2019 alsnog meegenomen. Dit is gebeurd door de bedragen van 2018 eerst te verlagen en voor de berekening van de bedragen voor 2019 op die verlaagde bedragen de verhoging van 3,3% toe te passen.
Concreet heeft dit tot gevolg dat het bedrag genoemd in artikel 13 van het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden met ingang van 1 januari 2019 € 115,84 bedraagt (was € 112,25).
Artikel 14
Commissieleden
Onderdeel van Circulaire 2019 (onkosten)vergoeding voor politieke ambtsdragers van provincies, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2019