Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Onkostenvergoeding gedeputeerden

Onderdeel van Circulaire 2019 (onkosten)vergoeding voor politieke ambtsdragers van provincies, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2019

In artikel 21, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit gedeputeerden is bepaald dat de onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten (genoemd in artikel 21, eerste lid, Rechtspositiebesluit gedeputeerden) voor een gedeputeerde per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar. Zoals beschreven in paragraaf 1, wordt in 2019 voor de laatste keer de oude systematiek gehanteerd. Dit betekent het volgende: De consumentenprijsindex voor september 2018 is bepaald op 103,95. Voor 2017 was dit indexcijfer 102,03. Procentueel is dat een verhoging van 1,9. Dit betekent dat het bedrag van de onkostenvergoeding voor gedeputeerden per 1 januari 2018 wordt verhoogd met 1,9%. Met ingang van 1 januari 2019 wordt het bedrag genoemd in artikel 21, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit gedeputeerden gewijzigd in € 362,56 (was € 355,80).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel