Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Relevante ontwikkelingen

Onderdeel van Circulaire 2019 (onkosten)vergoeding voor politieke ambtsdragers van gemeenten, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2019

De vergoeding van raadsleden in gemeenten tot 24.000 inwoners wordt verhoogd en gelijkgesteld aan de vergoeding die hoort bij de inwonersklasse 24.001 – 40.000 inwoners. De verhoging van de vergoeding gaat gelden met terugwerkende kracht, vanaf het moment waarop de raadsleden zijn aangetreden als raadslid op 29 maart 2018. Zie voor meer informatie hierover paragraaf 11. Met ingang van 1 januari 2019 geldt voor burgemeesters, wethouders en raadsleden een nieuw rechtspositiebesluit. Alle voormalige, voor de verschillende politieke ambten van de decentrale bestuursorganen, geldende rechtspositiebesluiten worden gebundeld in één rechtspositiebesluit. Dit besluit geldt dus ook voor de rechtspositie van de statenleden, commissarissen van de Koning en gedeputeerden, en die van de leden van het algemeen bestuur en de voorzitter en leden van het dagelijks bestuur van waterschappen. Die rechtsposities waren tot op heden uitgewerkt in zeven afzonderlijke besluiten. Over het nieuwe rechtspositiebesluit en de inhoudelijke wijzigingen in de rechtspositionele bepalingen die daarin opgenomen zijn, wordt u door middel van een separate circulaire nader geïnformeerd. Voor zover van toepassing wordt in deze circulaire, naast een verwijzing naar de op dit moment geldende bepalingen ook een verwijzing opgenomen naar de nieuwe bepaling. Een van de inhoudelijke wijzigingen in het nieuwe rechtspositiebesluit is de aanpassing van de indexeringsbepalingen. Tot op heden werden voor de indexering van de geldbedragen bepaalde indexcijfers1Het gaat om enerzijds het consumentenprijsindexcijfer en anderzijds het indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen. gebruikt die door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waren vastgesteld voor de maand september van het voorgaande kalenderjaar. Aangezien dit voorlopige cijfers waren die later nog door het CBS konden worden bijgesteld, is in het nieuwe besluit aansluiting gezocht bij indexcijfers die definitief zijn. Gekozen is voor in beginsel dezelfde indexcijfers, maar dan zoals die één jaar daarvoor golden (met andere woorden van de maand september in het tweede voorafgaande kalenderjaar). Voor het jaar 2019 worden de vergoedingen echter nog éénmaal geïndexeerd op basis van de oude systematiek. De nieuwe indexatiemethode gaat dus pas in per 1 januari 2020. Hiervoor is in artikel 5.1 van het nieuwe rechtspositiebesluit een overgangsbepaling opgenomen. In het nieuwe rechtspositiebesluit, zoals dat in het Staatsblad is gepubliceerd (Stb 2018, nr. 386), zijn de desbetreffende bedragen opgenomen die gelden voor 2018. Deze moeten vervolgens bij ministeriële regeling voor 1 januari 2019 worden geïndexeerd. Aangezien voor het jaar 2019 nog indexatie plaatsvindt op basis van de oude systematiek, vertoont de in deze circulaire gehanteerde indexatiemethode nog geen verschil met die van voorgaande jaren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel