Naar hoofdinhoud

Artikel 15

Commissieleden

Onderdeel van Circulaire 2019 (onkosten)vergoeding voor politieke ambtsdragers van gemeenten, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2019

In artikel 14, eerste lid, juncto artikel 2, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is bepaald dat de vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van het indexcijfer CAO-lonen overheid inclusief bijzondere beloningen geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar. In artikel 3.4.1, eerste lid juncto derde lid, van het nieuwe rechtspositiebesluit is bepaald dat de vergoedingen voor het bijwonen van vergaderingen voor commissieleden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling worden gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalender jaar. Zoals beschreven in paragraaf 1, wordt in 2019 voor de laatste keer de oude systematiek gehanteerd. Zoals hiervoor reeds opgemerkt was het indexcijfer CAO lonen overheid inclusief bijzondere beloningen geldend voor de maand september 2017 bepaald op 108,5 en voor 2016 op 108,6. Deze geringe verlaging van 0,09 % is per 1 januari 2018 niet doorberekend in de vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen voor commissieleden, waarmee de bedragen voor het jaar 2018 op hetzelfde niveau gebleven zijn als de bedragen voor 2017. Met deze verlaging moet echter nu wel rekening worden gehouden bij de berekening van de bedragen over 2019. Het indexcijfer CAO lonen overheid voor 2018 is bepaald op 112,1. Voor 2017 was dit indexcijfer 108,5. Procentueel is dat een verhoging van 3,3. De volgende berekeningswijze is thans gehanteerd. De verlaging van 0,09% die per 1 januari 2018 niet is doorgevoerd, is nu bij de berekening van de bedragen over 2019 alsnog meegenomen. Dit is gebeurd door de bedragen van 2018 eerst te verlagen en voor de berekening van de bedragen voor 2019 op die verlaagde bedragen de verhoging van 3,3% toe te passen. Concreet betekent dit dat de vergoeding voor de werkzaamheden per vergadering van leden van gemeentelijke commissies genoemd in het eerste lid van artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden (artikel 3.4.1 van het nieuwe rechtspositiebesluit) per 1 januari 2019 bedraagt: Klasse Inwonertal Vergoeding werkzaamheden per vergadering per 1 januari 2018 Vergoeding werkzaamheden per vergadering per 1 januari 2019 1 Tot en met 10.000 € 60,25 € 62,18 2 10.001–20.000 € 66,61 € 68,74 3 20.001–50.000 € 79,91 € 82,46 4 50.001–100.000 € 98,32 € 101,47 5 100.001–250.000 € 125,57 € 129,58 6 250.001– € 159,19 € 164,28

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel