Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Onkostenvergoeding wethouders

Onderdeel van Circulaire 2019 (onkosten)vergoeding voor politieke ambtsdragers van gemeenten, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2019

In artikel 25, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders (artikel 3.2.6, tweede lid, van het nieuwe rechtspositiebesluit) is bepaald dat de onkostenvergoeding voor wethouders per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande jaar. In artikel 3.2.6, tweede lid juncto vijfde lid, van het nieuwe rechtspositiebesluit is bepaald dat de wethouder een ambtstoelage ontvangt die op 1 januari van elk jaar wordt gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar. Zoals beschreven in paragraaf 1, wordt in 2019 voor de laatste keer de oude systematiek gehanteerd. Dit betekent het volgende. De consumentenprijsindex voor september 2018 is bepaald op 103,95. Voor 2017 was dit indexcijfer 102,03. Procentueel is dat een verhoging van 1,9. Dit betekent dat het bedrag van de ambtstoelage per 1 januari 2019 wordt verhoogd met 1,9%. Het bedrag genoemd in artikel 25, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders (artikel 3.2.6, tweede lid, van het nieuwe rechtspositiebesluit) wordt per 1 januari 2019 gewijzigd in € 362,56 (was € 355,80).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel