De bedragen, die de ambtenaar maximaal verschuldigd is voor het genot van verwarming, energie en leidingwater genoemd in artikel 3, eerste lid, onder b tot en met e, van het Besluit betaling emolumenten burgerlijk rijkspersoneel, wijzigen op de gebruikelijke wijze aan de hand van de consumentenprijsindex. Met ingang van 1 januari 2019 worden deze bedragen:
Verwarming van de woning
127,29
Energie voor kookdoeleinden
40,22
Elektrische energie anders dan voor verwarming van de woning en voor kookdoeleinden
27,84
Leidingwater
15,75
Voor de volledigheid wordt erop gewezen dat in de definitie van de berekeningsbasis van het Besluit betaling emolumenten burgerlijk rijkspersoneel (artikel 1, onderdeel c) de aflopende toelage bedoeld in artikel 18b van het BBRA 1984 ontbreekt in de opsomming van toelagen die niet moeten worden betrokken bij het vaststellen van de berekeningsbasis.
De bedragen van de huurwaarde van dienstwoningen, die mede van belang zijn voor de uitvoering van artikel 3, tweede lid, van het Besluit betaling emolumenten burgerlijk rijkspersoneel, dienen per 1 januari 2019 met 3,9% te worden verhoogd.
Woningen die op of na 1 januari 2018 gereed zijn gekomen, vallen buiten deze verhoging.
Er dient een extra huurverhoging in aanmerking te worden genomen in gevallen waarin de economische huurwaarde van een dienstwoning, behalve door de algemene verhoging van 3,9%, mede door andere factoren is beïnvloed. Bijvoorbeeld als gevolg van een door of vanwege de inhoudingsplichtige aangebrachte verbetering aan de dienstwoning.
Het verschuldigde bedrag voor het privé-gebruik van een dienstauto, zoals genoemd in artikel 3a, eerste lid van het Besluit betaling emolumenten burgerlijk rijkspersoneel, blijft gehandhaafd op € 0,22 per afgelegde kilometer.
Artikel 3
Emolumenten
Onderdeel van Circulaire wijzigingen in de financiële arbeidsvoorwaarden per 1 januari 2019 voor de ambtenaren werkzaam in de sector Rijk· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2019