Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 10

Nadere uitwerking van taken sectorplannen 2022–2028

Onderdeel van Instellingsbesluit Commissie sectorplan Bèta en Techniek, de Commissie sectorplan Social Sciences and Humanities en Commissie sectorplan Medische en Gezondheidswetenschappen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 17 november 2023

De commissies, zoals benoemd in artikel 2, artikel 3 en artikel 4 hebben voor de periode van 2022–2028 tot taak: Gedurende de looptijd van het sectorplan te bevorderen dat de doelen die de faculteiten zich hebben gesteld in de sectorplannen 2022–2028 tijdig en volledig behaald worden, waarbij de commissies zelf vaststellen hoe zij dit willen bevorderen. Vóór 1 april 2026 een tussentijdse evaluatie uit te voeren van de door de Minister van OCW gefinancierde activiteiten behorende bij het goedgekeurde sectorplan per domein. De commissies adviseren de minister hierover vóór 1 juni 2026. De minister besluit na het advies of de middelen ongewijzigd aan de faculteiten worden toegekend voor de tweede periode van drie jaar (vierde tot en met zesde jaar) of dat inhoudelijk accenten worden verlegd waarbij de middelen mogelijk anders worden verdeeld over de betrokken faculteiten. Vóór 1 april 2029 een eindevaluatie uit te voeren en hierover vóór 1 juni 2029 een advies aan de minister uit te brengen. In dit advies wordt ingegaan op de vraag of het structureel indalen van de middelen in de rijksbijdrage gerechtvaardigd is op basis van de implementatie van de sectorplannen, conform het Kader voor sectorplannen. In de evaluaties te rapporteren over de voortgang van de sectorplannen, met name aan de hand van landelijke Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) en de sectorplan-specifieke KPI’s en hierbij aan te sluiten bij het advies van de NCSP.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel