Het Zorginstituut verdeelt het bedrag voor de zorgkantoren voor de taken, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg, als volgt:
een bedrag van € 215,05 per budgethouder voor de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget, vermenigvuldigd met het in de Aanwijzing geraamde aantal budgethouders voor 2019, zijnde 43.335, wordt naar rato verdeeld op basis van het aantal budgethouders per regio zoals blijkt uit de tweede kwartaalstaat 2018;
een bedrag van € 285,01 voor het voeren van bewuste-keuze gesprekken in 2019, vermenigvuldigd met het in de Aanwijzing geschatte aantal van 7.500 nieuwe budgethouders waarvoor het zorgkantoor één of meer bewuste-keuze gesprekken voert, wordt verdeeld naar rato van het aantal budgethouders per regio, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel;
een bedrag van € 548,02 per budgethouder voor elke budgethouder bij wie in 2019 één of meer huisbezoeken worden afgelegd, vermenigvuldigd met het in de Aanwijzing geschatte aantal van 13.500, wordt verdeeld naar rato van het aantal budgethouders per regio, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel;
een bedrag van € 5,890 miljoen wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor;
een bedrag van € 2,945 miljoen voor vier zorgkantoren die in 2019 geen deel uitmaken van een concern wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor.
§ 2
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2019· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 13 maart 2019