Het Zorginstituut verdeelt het bedrag voor de Wlz-uitvoerders voor de overige bij of krachtens die wet geregelde taken van de Wlz-uitvoerders bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv als volgt:
een bedrag van € 1,521 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden op 1 juli 2018 dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de Wlz;
een bedrag van € 3,042 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de Wlz, waarbij verzekerden, die op 1 juli 2018 vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen;
een bedrag van € 0,290 miljoen wordt verdeeld over de twee Wlz-uitvoerders die niet zijn aangewezen als zorgkantoor en ook geen deel uitmaken van een groter concern;
een voorwaardelijk bedrag van ten hoogste € 9,850 miljoen is uitsluitend bestemd voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van de door de Wlz-uitvoerders opgegeven schatting aan Zorgverzekeraars Nederland;
een bedrag van € 0,500 miljoen wordt verdeeld over twee Wlz-uitvoerders die zijn verzocht de werkwijze tijdens het inmiddels afgelopen experiment ‘Persoonsvolgende zorg’ voor de onafhankelijke cliëntondersteuning te continueren;
een bedrag van € 77,203 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de Wlz, waarbij verzekerden, die op 1 juli 2018 vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen.
§ 2
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2019· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 13 maart 2019