Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Bestuurlijke verantwoording

Onderdeel van Regeling Model Jaarverslaggeving 2018 CAK· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 26 maart 2019

De bestuurlijke verantwoording is een onderdeel van het financieel verslag. Hierin wordt verantwoording afgelegd over het financieel beheer en de rechtmatigheid van de financiële stromen van de door het CAK uitgevoerde wettelijke taken (exclusief de burgerregelingen). Het CAK legt in de bestuurlijke verantwoording ook verantwoording af over: de ordelijkheid en controleerbaarheid van het gevoerde financieel beheer (zie ook paragraaf 3.2); de borging van de rechtmatigheid en doelmatigheid van financiële stromen die in de bestuurlijke verantwoording zijn opgenomen (zie ook paragraaf 4.2); hoeveel Schengen- en Engelstalige verklaringen zijn afgegeven in het verslagjaar inclusief een prognose van het verwachte aantal aanvragen voor het volgende jaar (zie ook paragraaf 4.2.1.3); de analyse van de debiteurenpositie (zie ook paragraaf 4.2.3); kengetallen en prestatie-indicatoren (zie ook paragraaf 4.3); klachten en bezwaar (zie ook paragraaf 4.4). Bij de verantwoording over de borging van de rechtmatigheid geeft het CAK aan op welke manier en in hoeverre de rechtmatigheid van de in de bestuurlijke verantwoording opgenomen financiële stromen is gewaarborgd. In de bestuurlijke verantwoording worden ook overzichten inclusief toelichtingen opgenomen van de activa en passiva van de financiële stromen van de door het CAK uitgevoerde wettelijke taken in het verantwoordingsjaar (inclusief vergelijkende cijfers) op kasbasis en op basis van het toerekeningsbeginsel. Van deze activa en passiva worden ook verloopoverzichten en toelichtingen opgenomen van vorderingen en schulden (minimaal verloopoverzichten van de rekening-courantposities en de openstaande vorderingen inclusief een uitsplitsing van deze openstaande vorderingen naar ouderdom voor de posten die betrekking hebben op de Wlz, AWBZ en Wmo). De te hanteren sjablonen en modellen die gebruikt worden in de bestuurlijke verantwoording worden vooraf met partijen afgestemd. De te hanteren uitgangspunten en waarderingsgrondslagen zijn opgenomen in bijlage 1 ‘Waarderingsgrondslagen’ van dit model. In de bestuurlijke verantwoording wordt gebruik gemaakt van de matrices bestuurlijke verantwoording VWS en NZa (zie paragraaf 4.2.4, bijlage 2 ‘Model matrix bestuurlijke verantwoording VWS’ en bijlage 3 ‘Model matrix bestuurlijke verantwoording NZa’). In deze matrices legt het CAK verantwoording af over de financiële stromen op kasbasis. Gelet op de positie en de taken van het CAK is het rechtmatigheidsbegrip in een aantal deelgebieden onder te verdelen. Als in deze deelgebieden wordt voldaan aan de voorschriften van de wet- en regelgeving, dan zijn de betreffende processen en de daaruit voortvloeiende financiële stromen als rechtmatig aan te merken. De volgende deelgebieden worden onderscheiden: Toezichthouder VWS: uitbetaalde tegemoetkomingen Wtcg; afdracht ouderbijdragen op basis van de Jeugdwet; afgifte van Schengen- en Engelstalige verklaringen. Toezichthouder NZa: betalingen van zorgaanspraken AWBZ; betalingen van zorgaanspraken Wlz; betalingen subsidieregeling extramurale behandeling; betalingen subsidieregeling eerstelijns verblijf; afdracht eigen bijdragen Zorg zonder Verblijf AWBZ; afdracht eigen bijdragen Zorg met Verblijf AWBZ; afdracht eigen bijdragen Wlz; afdracht eigen bijdragen Wmo; interest geldmiddelen Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten (AFBZ), Fonds langdurige zorg (Flz) en Wmo; uitbetaalde uitkeringen CER; interest geldmiddelen Zorgverzekeringsfonds (Zvf). Voor eerdergenoemde deelgebieden zijn verschillende toezichthouders aangewezen. De volgende paragrafen werken het rechtmatigheidsbegrip per toezichthouder en per deelgebied uit. Ook wordt aangegeven hoe dit begrip concreet ingevuld moet worden, met een directe koppeling naar de betreffende financiële stroom. De matrix bestuurlijke verantwoording VWS en de matrix bestuurlijke verantwoording NZa vormen hierbij een hulpmiddel om de financiële stromen, taken en verantwoordelijkheden van het CAK schematisch weer te geven. De werkzaamheden van het CAK voor wat betreft de Wtcg zijn vastgelegd in hoofdstuk 2, paragraaf 2.1, artikel 3 van de Wtcg. Dit betreft het verrichten van de in het eerste en tweede lid van artikel 3 genoemde taken met betrekking tot de tegemoetkomingsregeling Wtcg. Met ingang van 2014 is de tegemoetkoming op basis van de Wtcg afgeschaft. Gedurende het kalenderjaar 2015 is het CAK nog wettelijk bevoegd geweest om beschikkingen af te geven over 2013. Met ingang van 1 januari 2016 mag het CAK geen nieuwe beschikkingen meer afgeven. Het CAK moet nog wel betalingen op al geslagen beschikkingen uitvoeren. Ook kunnen met ingang van 2016 geen nieuwe aanvragen meer worden ingediend. De secundaire processen en bezwaar en beroep komen voort uit het algemeen bestuursrecht en lopen nog wel door in 2016 en verder. VWS houdt op grond van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de tegemoetkomingsregeling Wtcg door het CAK. Ten aanzien van de rechtmatigheid van de Wtcg-uitgaven werd in vorige jaren in opdracht van VWS door een externe accountant een steekproefonderzoek uitgevoerd. Dit steekproefonderzoek is sinds medio 2012 verankerd in wet- en regelgeving. De externe accountant rapporteerde hierover door middel van een rapport van bevindingen aan VWS. Op basis van dit rapport vormt VWS zich een oordeel over de rechtmatigheid van de Wtcg-uitgaven. Dit oordeel wordt door de Audit Dienst Rijk (ADR) beoordeeld in het kader van de wettelijke taak betreffende de jaarrekening van VWS. Hiertoe wordt door de ADR een review uitgevoerd op de werkzaamheden van de externe accountant die het steekproefonderzoek heeft uitgevoerd. De bevindingen uit de review worden door de ADR gerapporteerd aan VWS en de externe accountant. Indien de ADR het niet eens is met het oordeel van VWS over de rechtmatigheid van de Wtcg-uitgaven, komt dit tot uitdrukking in de verantwoording van VWS, vooral in de bedrijfsvoeringsparagraaf. Indien de ADR het eens is met het oordeel, wordt er niets opgenomen in de bedrijfsvoeringsparagraaf. Dit is een impliciete akkoordbevinding. Over de jaren 2016 en latere jaren zijn in verband met de afbouw van de Wtcg regeling door de externe accountant die in opdracht van VWS handelde geen steekproefcontroles meer uitgevoerd. De ADR voert momenteel een review uit op het laatst uitgevoerde steekproefonderzoek naar de Wtcg- toekenningen en -betalingen in het jaar 2015 en de werkvoorraad Wtcg-toekenningen per 1 januari 2016. VWS deelt het oordeel betreffende de rechtmatigheid van de Wtcg-uitgaven mee aan het CAK door middel van een brief, waarin ook de bevindingen van de review van de ADR tot uitdrukking komen. Het CAK neemt dit oordeel onverkort over. Indien dit oordeel voor 30 mei van een kalenderjaar wordt ontvangen, wordt dit opgenomen in de bestuurlijke verantwoording van het voorgaande kalenderjaar. Indien het oordeel na 30 mei wordt ontvangen, wordt dit opgenomen in de bestuurlijke verantwoording van het huidige kalenderjaar. Het CAK verantwoordt zich in zijn bestuurlijke verantwoording door aan te geven welke maatregelen zij heeft getroffen en wat de uitkomsten zijn uit de processen, zoals vastgelegd in dit model. Hierin beschrijft het CAK enkel wat binnen zijn verantwoordelijkheid ligt, zoals uiteengezet in dit model. Daarnaast schrijft het CAK onverkort het oordeel van de Minister van VWS uit in de bestuurlijke verantwoording, inclusief alle bevindingen, zoals opgenomen in de brief van VWS. De raad van bestuur van het CAK draagt behoudens voornoemde overname van gegevens geen inhoudelijke verantwoordelijkheid voor dit gedeelte van de verantwoording. De externe accountant van het CAK voert zijn controle uit ten aanzien van de bestuurlijke verantwoording en voorziet deze van een controleverklaring, zoals vastgelegd in dit model en het protocol. Dit protocol beschrijft de werkzaamheden die een externe accountant moet uitvoeren. Een accountant stelt enkel vast dat het CAK zich over het totaaloordeel van de Wtcg heeft verantwoord volgens de hiervoor genoemde werkwijze. De inhoudelijke toets wordt hiervan, voor zover het gaat over de steekproefresultaten, uitgesloten. De invulling van de begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid concretiseert het begrip rechtmatigheid. Volledigheid heeft de betekenis van het volledig afwikkelen van alle nog uit te betalen tegemoetkomingen Wtcg. Juistheid heeft de betekenis van het afwikkelen van de uitbetaling van het juiste tegemoetkomingsbedrag aan de juiste rechthebbende7In de Wtcg is vastgelegd dat de tegemoetkoming voor verschillende groepen op een verschillend bedrag kan worden vastgesteld. In het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten zijn deze groepen aangegeven, waarbij enerzijds wordt uitgegaan van leeftijd (gehele jaar pensioengerechtigd of nog niet/is geworden) en anderzijds van (combinaties van) chronische ziekte(n) of handicap(s) (hoog of laag bedrag). volgens de betaalinstructies. Tijdigheid van betaling betreft het binnen vastgestelde termijnen afwikkelen van de betaling. Afhankelijk van het tijdstip van bekend worden van het recht op de betaling zal een bepaalde termijn als normstelling voor rechtmatigheid worden gehanteerd. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij specifieke voorschriften van het Ministerie van VWS en bij door het CAK intern vastgestelde normen voor tijdige betaling. Bij de betaling van het bedrag aan rechthebbenden is sprake van een eenmalige betaling. Het is mogelijk dat het recht op de tegemoetkoming Wtcg wordt vastgesteld nadat de overeengekomen betaaldatum is verstreken. Dit komt doordat personen zelfstandig aangeven recht te hebben, terwijl gegevens daarover in eerste instantie niet door partijen zijn aangeleverd. In dat geval zal het CAK nagaan of de claim van de personen terecht is. Als uitbetaling niet kan plaatsvinden vanwege het ontbreken van een bankrekeningnummer op de overeengekomen datum, zal de betaling plaatsvinden binnen maximaal vier weken na het bekend worden van dit bankrekeningnummer. Tegenover de uitgevoerde betaalopdrachten staan de afrekeningen met ’s Rijks kas. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het zogenoemde ‘schatkistbankieren’. Hierbij wordt de bankrekening dagelijks voorzien van het benodigde geld, direct uit ’s Rijks kas en worden ontvangen gelden onttrokken aan de rekening ten behoeve van ’s Rijks kas. Hierover hoeft het CAK zich niet te verantwoorden. De uitgevoerde betalingen en de op grond hiervan met ’s Rijks kas verrekende bedragen komen in de bestuurlijke verantwoording van het CAK tot uitdrukking in de post Wtcg als onderdeel van het overzicht van activa en passiva. Het overzicht van de in rekening-courant met ‘s Rijks kas verrekende ontvangsten en uitgaven geeft hierbij een specificatie van de mutaties. De overlopende, nog uit te voeren betaalopdrachten per balansdatum, worden verwerkt in de balanspost Wtcg-betalingen. Voor de goedkeuringstolerantie wordt uitgegaan van de mutatiestroom. Als grens geldt hierbij 1% van het totaal aan mutaties (Wtcg-betalingen) in de rekening-courant in het verslagjaar. Sinds 1 januari 2015 voert het CAK de ObJw uit op grond van artikel 8.2.3, eerste lid, van de Jeugdwet en het Besluit aanwijzing CAK als bestuursorgaan. De ouderbijdrageregeling die is opgenomen in de nieuwe Jeugdwet is ter vervanging van de ouderbijdrageregeling op grond van de voormalige Wet op de jeugdzorg. De inning van de ouderbijdrage vond tot en met 2014 plaats door het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). De overheid heeft de jeugdhulp met ingang van 1 januari 2015 bij gemeenten ondergebracht. Om dit mogelijk te maken is de nieuwe Jeugdwet opgesteld. De wet regelt een nieuw jeugdstelsel waarin gemeenten bestuurlijk en financieel verantwoordelijk zijn voor alle jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. In deze wet wordt het wettelijk recht op zorg vervangen door een jeugdhulpplicht voor gemeenten, vergelijkbaar met de huidige compensatieplicht in de Wmo. In de Jeugdwet wordt bepaald dat voor jeugdhulp een ouderbijdrage is verschuldigd voor kinderen die buiten het gezin hulp ontvangen. De gemeenten leggen de ouderbijdrage op. Het vaststellen en innen van de ouderbijdrage is bij het CAK belegd. Het toezicht hierop is overeenkomstig artikel 9.2 Jeugdwet belegd bij de door VWS en Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaren. Via het Aanwijzingsbesluit toezichthoudende ambtenaren Jeugdwet en Wmo 2015 is dit nader geconcretiseerd. De Minister van VWS houdt op grond van de Jeugdwet toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de ObJw. De ouderbijdrage op basis van de Jeugdwet is gedurende 2015 onderwerp van een politiek-maatschappelijke discussie geweest. In opdracht van het Ministerie van VWS is onderzoek gedaan naar de uitvoeringspraktijk van de ouderbijdrage. Het onderzoeksrapport is voor de staatssecretaris aanleiding geweest om medio november 2015 aan de Tweede Kamer voor te stellen de ouderbijdrage per 2016 te schrappen (Kamerstuk 31 839 nummer 495). Middels een publicatie in het Staatsblad (2016 191) zijn de parameters voor de ouderbijdrage met ingang van 2016 op nihil gesteld. De wijziging van de Jeugdwet en het Besluit Jeugdwet dat het afschaffen van de ouderbijdrage voor jeugdhulp regelt heeft plaatsgevonden door middel van het Staatsblad 2017 nr. 64 en werkt terug tot en met 1 januari 2016. Gemeenten hebben over 2015 niet in alle gevallen de ouderbijdragen opgelegd. Ook zijn er gemeenten die de eerder opgelegde ouderbijdrage alsnog hebben ingetrokken. Als gevolg van de discussie tussen gemeenten en het Rijk heeft het Ministerie van VWS afspraken gemaakt met het CAK over de invulling van hun taak om de ouderbijdragen rechtmatig vast te stellen en te innen. Deze afspraken zijn vastgelegd in een brief van het Ministerie van VWS aan het CAK d.d. 5 oktober 2017 (kenmerk 1230430-167598-J). In deze brief verzoekt VWS het CAK de ouderbijdragen uit te faseren tot en met 2020. Op basis van deze brief zal het CAK deze wettelijke taak in 2018 uitvoeren. De ouderbijdrage is met ingang van 1 januari 2016 afgeschaft. Het CAK zal zich in 2018 bezighouden met de afwikkeling van de taak met betrekking tot de vaststelling en inning van de ouderbijdrage. Hierbij zal het CAK op verzoek van VWS: de werkwijze van gemeenten om geen gegevens aan te leveren dan wel in te trekken ongemoeid laten; de gerechtelijke invordering over 2015 achterwege laten; de afhandeling van openstaande vorderingen laten plaatsvinden conform de met VWS gemaakte afspraken. In het kader van de afwikkeling van de ouderbijdragen Jeugdwet 2015 is bij het CAK in 2018 sprake van de volgende financiële stromen: terugbetalingen ouderbijdragen 2015 van het CAK aan ouders; terugbetalingen van gemeenten aan het CAK van door het CAK aan ouders terugbetaalde ouderbijdragen 2015; ontvangen ouderbijdragen Jeugdwet 2015 die ontvangen zijn van ouders op basis van een door het CAK uitgevoerd minnelijk traject; ontvangen ouderbijdragen Jeugdwet 2015 die ontvangen zijn op basis van lopende betalingsregelingen en schuldsaneringen; inzake het aan gemeenten afgedragen bedrag door het CAK van de van ouders ontvangen ouderbijdragen Jeugdwet 2015. Daarnaast moet het CAK zich in de rekening-courantpositie 'Eigen bijdragen Ouderbijdrage Jeugdwet', die is opgenomen in de bestuurlijke verantwoording, verantwoorden over de afgeboekte bedragen. Het CAK verantwoordt zich over deze financiële stromen en de uitvoering van de ObJw in de bestuurlijke verantwoording. In de bestuurlijke verantwoording wordt vermeld hoeveel bijdrageplichtigen er zijn voor de ouderbijdrage en hoeveel bijdrage er is geïnd. De kengetallen voor de ObJw staan vermeld in bijlage 5 'Definities kengetallen en prestatie-indicatoren'. Door de bijzondere context waarbinnen het CAK zijn taak rond de vaststelling en inning van de ObJw heeft moeten invullen, heeft VWS ermee ingestemd dat het CAK zich niet via een Third Party Mededeling (TPM) aan de gemeenten over deze taak hoeft te verantwoorden. Dit maakt onderdeel uit van de tussen het Ministerie van VWS en het CAK gemaakte afspraken. De afhandeling van deze financiële stroom wordt ingevuld op basis van de volgende brieven: Brief van 8 februari 2016 (kenmerk: 916026 – 147076). Brief van 1 maart 2016 (kenmerk: 930959 – 147906). Brief van 22 juni 2016 (kenmerk: 916026 – 147076). Brief van 5 oktober 2017 (kenmerk 1230430-167598-J). Voor de goedkeuringstolerantie wordt uitgegaan van de mutatiestroom. Als grens geldt hierbij 1% van het totaal van alle hiervoor genoemde financiële stromen in het verslagjaar die betrekking hebben op de Ouderbijdrage Jeugdwet (niet gesaldeerd). Het CAK heeft de taak om verklaringen af te geven die voldoen aan de relevante voorschriften van het Schengenverdrag (Trb. 1990, 145, zie artikel 75) en de Schengen-Uitvoeringsovereenkomst (zie pagina 463 en verder). Per 1 januari 2015 geeft het CAK de Schengenverklaringen af in opdracht van VWS. Op 14 maart 2014, heeft het CAK van het Ministerie van VWS de opdracht gekregen om met ingang van 1 januari 2015 zelfstandig de Schengen- en, voor buiten het Schengengebied, Engelstalige medische verklaringen af te geven. Indien een burger reist binnen het Schengengebied en medicijnen bij zich heeft die onder de Opiumwet vallen, is de burger verplicht een zogenaamde Schengenverklaring bij zich te dragen. Ten aanzien van de uitvoering van de Schengen- en Engelstalige verklaringen neemt het CAK in de bestuurlijke verantwoording op hoeveel Schengen- en Engelstalige verklaringen zijn afgegeven in het verslagjaar. Verder wordt een prognose opgenomen van het verwachte aantal aanvragen voor het volgende jaar. Niet van toepassing. Er is geen specifieke financiële stroom voor de afgifte van de Schengen- en Engelstalige verklaringen. De door het CAK in dit kader gemaakte kosten worden verantwoord onder de beheerskosten van het CAK. Deze kosten worden verantwoord in de jaarrekening van het CAK. Niet van toepassing. Met ingang van 1 januari 2015 is de Wlz in werking getreden. Tot 1 januari 2015 was de AWBZ van toepassing op de langdurige zorg. In paragraaf 2 van hoofdstuk 11 van de Wlz is het overgangsrecht voor de uitvoerders en de afwikkeling van de AWBZ geregeld. Op 11 augustus 2016 heeft het CAK een uitfaseringsplan AWBZ (brief met kenmerk: WB.16.1008) aangeboden aan VWS om op zorgvuldige wijze uitvoering te kunnen geven aan de beëindiging van de AWBZ. De taken van het CAK waren geregeld in artikel 49 van de AWBZ. Het CAK was in het kader van de AWBZ belast met het uitvoeren van publiekrechtelijke werkzaamheden. Het Besluit zorgaanspraken AWBZ gaf een omschrijving en opsomming van alle zorg die onder de AWBZ viel. Met de komst van de Wlz zijn de AWBZ, het Besluit zorgaanspraken AWBZ en het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering (ABZ) per 1 januari 2015 vervallen. Het CAK verricht de werkzaamheden voor de AWBZ tot en met in het kalenderjaar 2014 geleverde zorg. De NZa houdt op grond van artikel 16 sub d Wmg toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wlz door de Wlz-uitvoerders en het CAK. Om toezicht te kunnen uitoefenen, moet de NZa over informatie beschikken. Artikel 6.2.6 van de Wlz wijst de verantwoordings-documenten en de accountantsproducten aan die jaarlijks door het CAK bij de NZa moeten worden ingediend. Op basis van artikel 6.2 van de Regeling langdurige zorg kan de NZa hiervoor regels stellen. Met ingang van 1 januari 2015 is de Wlz van kracht geworden. De taken van het CAK zijn geregeld in artikel 6.1.2 van de Wlz. Het CAK is in het kader van de Wlz belast met het uitvoeren van publiekrechtelijke werkzaamheden: De vaststelling en de inning van de eigen bijdragen, bedoeld in artikel 3.2.5 van de Wlz. De vaststelling en de inning van de eigen bijdragen, bedoeld in artikel 2.1.4 van de Wmo 2015. Het namens een Wlz-uitvoerder of het Zorginstituut verrichten van betalingen aan zorgaanbieders, welke de Wlz-uitvoerders of het Zorginstituut, uit hoofde van de uitvoering van de Wlz verschuldigd zijn. Het Besluit langdurige zorg (Blz) en de Regeling langdurige zorg (Rlz) geven een omschrijving en opsomming van alle zorg die onder de Wlz valt. Het verrichten van het hiervoor genoemd deel van de administratie door het CAK worden in het Blz en Rlz uitgewerkt voor de volgende taken: De administratieve taak van landelijk kantoor voor de betaling van bedragen die uit hoofde van de uitvoering van de Wlz verschuldigd zijn aan zorgaanbieders voor het verlenen van zorg als bedoeld in artikel 3.1.1 van de Wlz. Deze betalingen geschieden namens de Wlz-uitvoerders aan de hand van gegevens die afkomstig zijn van de zorgkantoren. Het verrichten van de betalingen is een bancaire taak. De administratieve taak van landelijk kantoor voor de betaling van bedragen die dienen tot vergoeding van bedragen die de Wlz-uitvoerders uit hoofde van de uitvoering van de wet verschuldigd zijn aan zorgaanbieders betreffende het verlenen van zorg, voor zover die niet is begrepen onder de zorg die in 3.1.1 van de Wlz is genoemd. Deze betalingen geschieden namens het Zorginstituut en vormen eveneens een bancaire taak.8Door de staatssecretaris zijn toezeggingen gedaan over het toekennen van subsidies aan zorgaanbieders over eerstelijnsverblijf en extramurale behandeling. Het Zorginstituut controleert de gegevens en voert het fondsbeheer. Het CAK heeft opdracht gekregen om de uitbetaling van deze subsidies in opdracht van de zorgkantoren te verzorgen en daarover separaat te rapporteren aan het Zorginstituut. De NZa houdt uitsluitend toezicht op de uitbetalingen van deze subsidiegelden in het kader van de taak betalingen van zorgaanspraken Wlz. Het CAK verricht de vaststelling, de oplegging en de inning van de eigen bijdrage, bedoeld in de artikelen 3.3.2.1 en 3.3.2.2 van het Blz. Ook heeft het CAK een taak in het afboeken van de vorderingen. Het CAK heeft een zelfstandige taak in dit proces, met gebruikmaking van gegevens van derden, zoals zorgkantoren, zorgaanbieders, de Belastingdienst, gemeenten en inhoudingsorganen. De zorgkantoren leveren de gegevens voor de vaststelling van de eigen bijdrage volgens de artikelen 3.3.2.1 en 3.3.2.2 van het Blz aan. Deze partijen zijn verantwoordelijk voor de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de aanlevering van deze data. De grondslag voor de gegevensverstrekking is te vinden in artikel 9.1.2 van de Wlz. Het verstrekken van alle gegevens aan zorgkantoren, die zij voor de vervulling van hun taak bij de uitvoering van de wet nodig hebben. Dit is een intermediaire taak. De gegevensverstrekking is gebaseerd op artikel 9.1.2 van de Wlz. De taken kunnen tot twee deelgebieden betreffende de Wlz worden samengevoegd: Het zelfstandig vaststellen, opleggen en innen van de eigen bijdragen voor Zorg met Verblijf in een instelling, volledig pakket thuis (vpt), persoonsgebonden budget (pgb) en modulair pakket thuis (mpt) op basis van gegevens van de Belastingdienst, het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de Sociale Verzekeringsbank (SVB), zorgkantoren en zorgaanbieders, waarbij de persoonsgegevens geverifieerd worden bij de Basisregistratie personen (BRP). Het verrichten van de betaling van zorgaanspraken Wlz in de hoedanigheid van landelijk betaalkantoor in opdracht van de Wlz-uitvoerders of het Zorginstituut op grond van artikel 6.1.2 onderdeel c van de Wlz. De NZa houdt op grond van artikel 16 sub d Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wlz door het CAK. Om toezicht te kunnen uitoefenen, moet de NZa over informatie beschikken. Artikel 6.2.6 van de Wlz wijst de verantwoordingsdocumenten en de accountantsproducten aan die jaarlijks door het CAK bij de NZa moeten worden ingediend. Op basis van artikel 6.2 van de Regeling langdurige zorg kan de NZa hiervoor regels stellen. Het CAK is op grond van artikel 2.1.4, zesde lid, van de Wmo 2015 vanaf 1 januari 2015, belast met het vaststellen, opleggen en voor de gemeenten innen van de eigen bijdrage Wmo. Tot 1 januari 2015 was artikel 15 en 16 van de Wmo van toepassing. Er is geen overgangsregeling van toepassing. Een van de gevolgen van de wijziging in wet- en regelgeving per 1 januari 2015 is dat de producten ‘Beschermd Wonen en Kort Verblijf’ vanuit de AWBZ zijn overgeheveld naar de Wmo. Bij beschermd wonen is broninhouding door de SVB en het UWV mogelijk. Dit is het enige product in de Wmo waarvoor broninhouding kan plaatsvinden. Binnen een huishouden kan er sprake zijn van een samenloop van verschillende zorgproducten. Hierdoor kan een anti-cumulatiebeding9Wettelijk is besloten (zie artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015) om op de extramurale eigen bijdrage Wmo een anti-cumulatiebeding van toepassing te laten zijn. Binnen de Wmo gaat de intramurale bijdrage voor beschermd wonen voor op de extramurale bijdrage. De voorrang van de Wlz op de Wmo en het anti-cumulatiebeding betekent dat de eigen bijdrage Wlz voor gaat op de eigen bijdrage Wmo. Wanneer een persoon een intramurale eigen bijdrage voor de Wlz verschuldigd is, gaat deze voor op de bijdrage Wmo. En in het geval dat beide partners een intramurale bijdrage verschuldigd zijn (op grond van de Wlz dan wel voor beschermd wonen in de Wmo) wordt de gezamenlijke bijdrage naar rato over de beide partners verdeeld. van toepassing zijn. Op basis van artikel 16 sub f Wmg houdt de NZa toezicht op de vaststelling en inning van de eigen bijdragen zoals bedoeld in artikel 2.1.4 van de Wmo 2015 door het CAK. Een goed toezicht op de uitvoering door het CAK van de eigen bijdragen in het kader van de Wmo is van direct belang vanuit het perspectief van de Wlz en omgekeerd. Om toezicht te kunnen uitoefenen, moet de NZa over informatie beschikken. Artikel 6.2.6 van de Wlz wijst de verantwoordingsdocumenten en de accountantsproducten aan die jaarlijks door het CAK bij de NZa moeten worden ingediend. Op basis van artikel 6.2 van de Regeling langdurige zorg kan de NZa hiervoor regels stellen. Omdat er geen overgangsregeling van toepassing is, is er met VWS afgesproken dat de verantwoording niet gesplitst hoeft te worden naar Wmo voor 1 januari 2015 en na 1 januari 2015. Van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2013 konden verzekerden onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor een compensatie van het eigen risico (CER). Het CAK voerde deze regeling uit. Dit was geregeld in artikel 1 sub w jo. 118a Zvw. Met ingang van 1 januari 2014 is de CER afgeschaft en per 1 januari 2015 zijn genoemde wetsartikelen vervallen. Met ingang van 2015 is het CAK niet meer bevoegd om nieuwe beschikkingen af te geven. Nieuwe aanvragen zullen worden afgewezen. Wel dienen betalingen op al verstrekte beschikkingen plaats te vinden. Ook worden de bezwaren en beroepen krachtens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) afgehandeld door het CAK. De NZa houdt op grond van artikel 16 sub f Wmg toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de CER door het CAK. Om toezicht te kunnen uitoefenen, moet de NZa over informatie beschikken. Artikel 6.2.6 van de Wlz wijst de verantwoordingsdocumenten en de accountantsproducten aan die jaarlijks door het CAK bij de NZa moeten worden ingediend. Op basis van artikel 6.2 van de Regeling langdurige zorg kan de NZa hiervoor regels stellen. De in deze paragraaf opgenomen tekst is van toepassing op de deelgebieden: betalingen van zorgaanspraken AWBZ; betalingen van zorgaanspraken Wlz; betalingen subsidieregeling extramurale behandeling; betalingen subsidieregeling eerstelijns verblijf. Het CAK heeft de taak om betalingen te verrichten in opdracht van en namens de Wlz-uitvoerders/zorgkantoren of het Zorginstituut in de hoedanigheid van landelijk betaalkantoor. Het CAK is verantwoordelijk voor de juiste, volledige en tijdige uitvoering van de opdrachten die het ter uitvoering heeft ontvangen. Het CAK heeft geen verantwoordelijkheid voor de juiste, volledige en tijdige aanlevering of inhoud van de opdracht. Als voorwaarde hierbij geldt, dat de opvraagprocedures van het CAK (technisch) goed functioneren, zodat de opvraagprocedures geen problemen veroorzaakt. Zowel de Wlz als de AWBZ bakent deze verantwoordelijkheid af door uitdrukkelijk aan te geven, dat het CAK de betalingen namens de Wlz-uitvoerders/zorgkantoren of het Zorginstituut verricht. Het begrip rechtmatigheid speelt dus pas een rol vanaf het ontvangen van de opdrachten. Het CAK voert de taak van betaalkantoor rechtmatig uit, als de ontvangen betaalopdrachten volledig, juist en tijdig worden uitgevoerd en als de afrekeningen van de verrichte betalingen met het AFBZ en het Flz volledig, juist en tijdig plaatsvinden. De invulling van de begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid concretiseren het begrip rechtmatigheid: volledigheid betekent dat het CAK alle binnengekomen opdrachten moet afwikkelen; juistheid houdt in dat het CAK de binnengekomen opdrachten moet afwikkelen volgens de betaalinstructies van de Wlz-uitvoerders/zorgkantoren of het Zorginstituut; tijdigheid houdt in dat het CAK de ontvangen opdrachten binnen vastgestelde termijnen moet afwikkelen. Als norm voor tijdigheid van voorschotbetalingen geldt een betaaltermijn van maximaal vijf weken na ontvangst van de betaalopdracht. Als norm voor tijdigheid van eenmalige betalingsopdrachten geldt een betaaltermijn van maximaal drie weken na ontvangst van de betaalopdracht door het CAK (zie bijlage 5 ‘Definities kengetallen en prestatie-indicatoren’). Tegenover de uitgevoerde betaalopdrachten staan de afrekeningen met het AFBZ en het Flz. Hiervoor worden identieke rechtmatigheidsnormen gehanteerd als voor de afwikkeling van betaalopdrachten, dat wil zeggen dat de afrekeningen volledig, juist en tijdig moeten plaatsvinden. In de bestuurlijke verantwoording beschrijft het CAK de interne beheersingsmaatregelen die het CAK heeft getroffen ter waarborging van de rechtmatigheid van de betalingen en ter voorkoming van het onttrekken van waarden aan het AFBZ en het Flz via het CAK. Bovendien geeft het CAK in de bestuurlijke verantwoording aan of alle binnengekomen opdrachten volledig, juist en tijdig zijn afgewikkeld en of de afrekeningen met het AFBZ en het Flz volledig, juist en tijdig hebben plaatsgevonden. Het CAK moet zich in de bestuurlijke verantwoording verantwoorden over de opvolging van de verbeterpunten die de NZa in haar rapport 2017 over het CAK heeft opgenomen. De uitgevoerde betalingen en de op grond hiervan met het AFBZ en het Flz verrekende bedragen komen in de bestuurlijke verantwoording van het CAK onder andere tot uitdrukking in de post ‘Liquide middelen wettelijke taken’, de post ‘Door te storten middelen wettelijke taken’, de post ‘Rekening-couranten’ als onderdeel van het overzicht van activa en passiva. Voor de goedkeuringstolerantie gaat het CAK uit van de mutatiestroom. Als grens geldt hierbij: 1% van het totaal van de AWBZ-betalingen in het verslagjaar; 1% van het totaal van de Wlz-betalingen in het verslagjaar; 1% van het totaal van de betalingen in het kader van de subsidieregeling extramurale behandeling in het verslagjaar; 1% van het totaal van de betalingen in het kader van de subsidieregeling eerstelijns verblijf in het verslagjaar. De vaststelling, oplegging en inning van de eigen bijdragen voor Zorg zonder Verblijf AWBZ vormt een eigen taak van het CAK. Het vaststellen en opleggen van de eigen bijdragen tot en met 31 december 2014 vindt plaats op basis van gegevens van de informatieleveranciers. Bij de vaststelling wordt rekening gehouden met een eventuele eigen bijdrage in het kader van de Wmo. De door de zorgaanbieders bij het CAK aangeleverde persoonsgegevens worden bij de BRP geverifieerd. Het CAK maakt gebruik van de gegevens van drie informatieleveranciers: de zorgaanbieders voor persoons- en zorgurengegevens; de BRP voor geverifieerde persoonsgegevens; de Belastingdienst voor inkomensgegevens. Voor de gegevens van de Belastingdienst, de BRP en de zorgaanbieders geldt gebruikersverantwoordelijkheid. De directe verantwoordelijkheid voor de gegevens ligt bij de informatieleveranciers zelf. Het CAK heeft niet de taak om vast te stellen dat iedereen die een eigen bijdrage zou moeten betalen, tijdig bij het CAK wordt aangemeld. Niet of te laat aangemelde klanten vallen niet onder de verantwoordelijkheid van het CAK. Als voorwaarde hierbij geldt, dat de opvraagprocedures van het CAK (technisch) goed functioneren, zodat de opvraagprocedures geen problemen veroorzaken. Het begrip rechtmatigheid speelt dus pas een rol vanaf de ontvangst van alle gegevens die nodig zijn voor vaststelling van de eigen bijdragen. Het CAK voert deze taak rechtmatig uit, als de eigen bijdragen voor Zorg zonder Verblijf AWBZ volledig, juist en tijdig worden vastgesteld, opgelegd en geïncasseerd. Vertragingen in de gegevensaanlevering door één van de drie informatieleveranciers vallen buiten het rechtmatigheidsbegrip van het CAK. Als voorwaarde hierbij geldt, dat de opvraagprocedures van het CAK technisch goed functioneren, zodat de opvraagprocedure geen probleemgevallen veroorzaakt. Van het CAK wordt een actieve houding verwacht bij het signaleren van omissies in de aanlevering. Het begrip rechtmatigheid wordt geconcretiseerd door de invulling van de begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid. Volledigheid heeft betrekking op het volledig afwikkelen van alle binnengekomen gegevens tot opgelegde eigen bijdragen. Het ‘volledig afwikkelen’ heeft betrekking op alle gegevens waarbij geen sprake is van kwijtschelding in verband met BRP en/of in het kader van de regelgeving AWBZ10Op grond van artikel 16c van het Bijdragebesluit zorg (deze regeling is vervallen per 1 januari 2015). en/of facturatiestop11De facturatiestop over het na 30 november 2009 niet versturen van rekeningen voor eigen bijdragen voor de zorg geleverd vóór 1 januari 2009 in verband met het vervallen van de aftrekbaarheid voor de inkomstenbelasting van de betaalde eigen bijdrage.. Voor Zorg zonder Verblijf stelt het CAK de maximale eigen bijdrage vast. De opgelegde eigen bijdragen zijn afhankelijk van de daadwerkelijk genoten zorg. De opgelegde eigen bijdragen zijn dus niet per definitie gelijk aan de vastgestelde eigen bijdragen maar kunnen in totaal lager zijn dan het totaal van de vastgestelde eigen bijdragen. Juistheid heeft als norm het juist opleggen van de eigen bijdrage volgens het Bijdragebesluit Zorg (in werking tot en met 31 december 2014) en de specifieke circulaires van het Zorginstituut. Vanaf 1 januari 2015 zijn de Wlz en het bijbehorende Besluit langdurige zorg van toepassing. Het betreft vooral de juistheid van het berekeningsproces volgens de juiste procedures. Het begrip juistheid heeft ook betrekking op de juiste toepassing van het anti-cumulatiebeding.12Voor wat betreft de facturen eigen bijdrage die het CAK in 2018 verstuurt voor de jaren 2014 en eerder betekent dat de voorrang van de Wmo op de AWBZ en het anti-cumulatiebeding dat de eigen bijdrage Wmo voor gaat op en in mindering gebracht wordt op de eigen bijdrage Zorg zonder Verblijf. Het CAK hanteert als interne norm dat facturering moet plaatsvinden binnen maximaal acht weken nadat alle benodigde gegevens aanwezig zijn. Deze acht weken zijn opgebouwd uit zes weken voor facturering en twee weken voor het versturen van alle facturen. De begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid bepalen ook de rechtmatigheid van het incassoproces. Bij het innen van de eigen bijdragen Zorg zonder Verblijf AWBZ wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om – met inachtneming van enkele voorwaarden – de eigen bijdragen in te houden op de sociale zekerheidsuitkeringen via de SVB en het UWV. Dit heet ook wel broninhouding. Het CAK verzendt hiertoe aan de SVB of het UWV een inhoudingsverzoek, waarna de ingangsdatum en het bedrag dat door de SVB of het UWV wordt ingehouden aan het CAK wordt bevestigd. Na ontvangst van de bevestiging van de ingangsdatum en de hoogte van het bedrag van de broninhouding wordt door het CAK het eventuele resterende deel van de eigen bijdrage (deelbijdrage) geïnd bij de klant via de reguliere incassoprocedures. Zolang het CAK geen broninhoudingsbevestiging van het UWV of de SVB heeft ontvangen, wordt de volledige eigen bijdrage door het CAK bij de klant in rekening gebracht. Omdat de SVB en het UWV deze ingehouden bedragen direct verrekenen met het AFBZ, is op de bevestigde bedragen voor het CAK gebruikersverantwoordelijkheid van toepassing. Dit model sluit verder aan bij de intern opgestelde incassoprocedure van het CAK. Deze incassoprocedure is ter kennisgeving aangenomen door VWS. Deze procedure geeft aan hoe het CAK de opgelegde eigen bijdragen moet incasseren en wanneer afboeking wegens oninbaarheid plaatsvindt. Als het CAK voldoet aan de geldende wet- en regelgeving en de procedures zoals vastgelegd in het protocol ‘oninbaar verklaren & matigen invorderingen’, is er sprake van een rechtmatige uitvoering van de wettelijke taak van het incasseren van de eigen bijdragen voor Zorg zonder Verblijf AWBZ. In de bestuurlijke verantwoording beschrijft het CAK: de problemen die zich in het verslagjaar hebben voorgedaan ten aanzien van de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de vaststelling, oplegging en inning van de eigen bijdragen; de wijze waarop het management in het verslagjaar is geïnformeerd over de rechtmatige uitvoering van de eigen bijdrageregeling Zorg zonder Verblijf AWBZ. Daarbij besteedt het CAK aandacht aan de volledigheid van de managementinformatie (kritische prestatie-indicatoren); de problemen die het CAK heeft ondervonden bij de aanlevering van gegevens door de zorgaanbieders, de BRP en de Belastingdienst, welke aanvullende acties zijn ondernomen en welke maatregelen op managementniveau zijn genomen om de gegevensuitwisseling te optimaliseren; de problemen die het CAK heeft ondervonden bij de aansturing van de broninhouders, welke aanvullende acties zijn ondernomen en welke maatregelen op managementniveau zijn genomen om de aansturing van de broninhouders te optimaliseren. Het CAK moet zich in de bestuurlijke verantwoording verantwoorden over de opvolging van de verbeterpunten die de NZa in het rapport 2017 over het CAK heeft opgenomen. Het CAK kan de informatieverstrekking in de bestuurlijke verantwoording over de eigen bijdragen Zorg zonder Verblijf AWBZ en eigen bijdragen Wmo voor zover van toepassing samenvoegen om doublures in de informatieverstrekking te voorkomen. De in een kalenderjaar opgelegde, geïncasseerde en afgeboekte eigen bijdragen Zorg zonder Verblijf AWBZ komen in de bestuurlijke verantwoording van het CAK tot uitdrukking in de post ‘Liquide middelen wettelijke taken’, de post ‘Door te storten middelen wettelijke taken’, de post ‘Debiteuren’ (inclusief analyse debiteurenpositie) en de post ‘Rekening-couranten’ als onderdeel van het overzicht van activa en passiva. In de matrix mogen de eigen bijdragen regelingen AWBZ vanaf het verantwoordingsjaar 2017 samengevoegd worden. Voor de goedkeuringstolerantie van de samengevoegde eigen bijdragen regelingen AWBZ wordt uitgegaan van de balansposten. Als grens geldt hierbij 1% van de som van de balansposten eigen bijdragen AWBZ (totaal van de activa en passiva van de eigen bijdragen regelingen AWBZ). De vaststelling, oplegging en inning van de eigen bijdragen voor Zorg met Verblijf AWBZ vormt een eigen taak van het CAK. Het vaststellen en opleggen van de eigen bijdragen tot en met 31 december 2014 vindt plaats op basis van gegevens van de informatieleveranciers. Het CAK maakt gebruik van de gegevens van vijf informatieleveranciers: de Wlz-uitvoerders/zorgkantoren voor persoons- en zorggegevens; de BRP voor geverifieerde persoonsgegevens; het UWV voor inkomensgegevens en bevestigde broninhoudingen; de SVB voor bevestigde broninhoudingen; de Belastingdienst voor inkomensgegevens. Het rechtmatigheidsbegrip speelt een rol vanaf het moment dat het CAK alle gegevens binnen heeft voor de vaststelling van de eigen bijdragen in het kader van de AWBZ. Het CAK heeft niet de taak om vast te stellen dat iedereen die een eigen bijdrage zou moeten betalen, tijdig bij het CAK wordt aangemeld. Niet of te laat aangemelde klanten vallen niet onder de verantwoordelijkheid van het CAK. Het rechtmatigheidsbegrip geldt niet voor de daadwerkelijk door het AFBZ rechtstreeks van het UWV en de SVB ontvangen ingehouden eigen bijdragen en de aan het CAK bevestigde inhoudingsverzoeken. Vertraging in de gegevensaanlevering door één van de informatieleveranciers valt buiten het rechtmatigheidsbegrip van het CAK. Als voorwaarde hierbij geldt, dat de opvraagprocedures van het CAK (technisch) goed functioneren, zodat de opvraagprocedure geen problemen veroorzaken. Het begrip rechtmatigheid wordt geconcretiseerd door de invulling van de begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid. Volledigheid heeft betrekking op het volledig afwikkelen van alle binnengekomen gegevens tot opgelegde eigen bijdragen. Het ‘volledig afwikkelen’ heeft betrekking op alle gegevens waarbij geen sprake is van kwijtschelding. Juistheid heeft als norm het juist opleggen van de eigen bijdrage volgens het Bijdragebesluit Zorg (in werking tot en met 31 december 2014) en de specifieke circulaires van het Zorginstituut. Vanaf 1 januari 2015 zijn de Wlz en het bijbehorende Besluit langdurige zorg van toepassing. Het betreft vooral de juistheid van het berekeningsproces volgens de juiste procedures. Het CAK hanteert als interne norm dat facturering moet plaatsvinden binnen maximaal acht weken nadat alle benodigde gegevens aanwezig zijn. Deze acht weken zijn opgebouwd uit zes weken voor facturering en twee weken voor het versturen van alle facturen. De begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid bepalen ook de rechtmatigheid van het incassoproces. Bij het innen van de eigen bijdragen Zorg met Verblijf AWBZ wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om – met inachtneming van enkele voorwaarden – de eigen bijdragen in te houden op de sociale zekerheidsuitkeringen via de SVB en het UWV. Dit heet ook wel broninhouding. Het CAK verzendt hiertoe aan de SVB of het UWV een inhoudingsverzoek, waarna de ingangsdatum en het bedrag dat door de SVB of het UWV wordt ingehouden aan het CAK wordt bevestigd. Na ontvangst van de bevestiging van de ingangsdatum en de hoogte van het bedrag van de broninhouding wordt door het CAK het eventuele resterende deel van de eigen bijdrage (deelbijdrage) geïnd bij de klant via de reguliere incassoprocedures. Zolang het CAK geen broninhoudingsbevestiging van het UWV of de SVB heeft ontvangen, wordt de volledige eigen bijdrage door het CAK bij de klant in rekening gebracht. Omdat de SVB en het UWV deze ingehouden bedragen direct verrekenen met het AFBZ, is op de bevestigde bedragen voor het CAK gebruikersverantwoordelijkheid van toepassing. Dit model sluit verder aan bij de intern opgestelde incassoprocedure van het CAK. Deze incassoprocedure is ter kennisgeving aangenomen door VWS. Deze procedure geeft aan hoe het CAK de opgelegde eigen bijdragen moet incasseren en wanneer afboeking wegens oninbaarheid plaatsvindt. Als het CAK voldoet aan de geldende wet- en regelgeving en de procedures zoals vastgelegd in het protocol ‘oninbaar verklaren & matigen invorderingen’, is er sprake van een rechtmatige uitvoering van de wettelijke taak van het incasseren van de eigen bijdragen voor Zorg met Verblijf AWBZ. In de bestuurlijke verantwoording beschrijft het CAK: de problemen die zich in het verslagjaar hebben voorgedaan ten aanzien van de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de vaststelling, oplegging en inning van de eigen bijdragen; de wijze waarop het management in het verslagjaar is geïnformeerd over de rechtmatige uitvoering van de eigen bijdrageregeling Zorg met Verblijf AWBZ. Daarbij besteedt het CAK aandacht aan de volledigheid van de managementinformatie (kritische prestatie-indicatoren); de problemen die het CAK heeft ondervonden bij de aanlevering van gegevens door de Wlz-uitvoerders/zorgkantoren, de BRP, het UWV, de SVB en de Belastingdienst, welke aanvullende acties zijn ondernomen en welke maatregelen op managementniveau zijn genomen om de gegevensuitwisseling te optimaliseren; de problemen die het CAK heeft ondervonden bij de aansturing van de broninhouders, welke aanvullende acties zijn ondernomen en welke maatregelen op managementniveau zijn genomen om de aansturing van de broninhouders te optimaliseren. Het CAK moet zich in de bestuurlijke verantwoording verantwoorden over de opvolging van de verbeterpunten die de NZa in het rapport 2017 heeft opgenomen. De in een kalenderjaar opgelegde, geïncasseerde en afgeboekte eigen bijdragen Zorg met Verblijf AWBZ komen in de bestuurlijke verantwoording tot uitdrukking in de toelichting op de post ‘Liquide middelen’, de post ‘Door te storten middelen wettelijke taken’, de post ‘Debiteuren’ (inclusief analyse debiteurenpositie) en de post ‘Rekening-couranten’ als onderdeel van het overzicht van activa en passiva. In de matrix mogen de eigen bijdragen regelingen AWBZ vanaf het verantwoordingsjaar 2017 samengevoegd worden. Voor de goedkeuringstolerantie van de samengevoegde eigen bijdragen regelingen AWBZ wordt uitgegaan van de balansposten. Als grens geldt hierbij 1% van de som van de balansposten eigen bijdragen AWBZ (totaal van de activa en passiva van de eigen bijdragen regelingen AWBZ). Het CAK heeft per 1 januari 2015 als taak het vaststellen, opleggen en innen van de eigen bijdragen voor de Wlz en het namens een Wlz-uitvoerder/zorgkantoor of het Zorginstituut verrichten van betalingen aan zorgaanbieders. Binnen de Wlz wordt onderscheid gemaakt in de eigen bijdrage voor enerzijds (1) Zorg met Verblijf, (2) volledig pakket thuis (vpt), (3) persoonsgebonden budget (pgb) en anderzijds het (4) modulair pakket thuis (mpt). Het CAK maakt gebruik van gegevens van zorgaanbieders, de Wlz-uitvoerders/zorgkantoren, de BRP, het UWV, de SVB en de Belastingdienst. Het rechtmatigheidsbegrip speelt een rol vanaf het moment dat het CAK alle gegevens binnen heeft voor de vaststelling van de eigen bijdragen in het kader van de Wlz. Vertraging in de gegevensaanlevering door één van de informatieleveranciers valt buiten het rechtmatigheidsbegrip van het CAK. Als voorwaarde hierbij geldt, dat de opvraagprocedures van het CAK (technisch) goed functioneren, zodat de opvraagprocedure geen problemen veroorzaakt. Het begrip rechtmatigheid wordt geconcretiseerd door de invulling van de begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid. Volledigheid heeft betrekking op het volledig afwikkelen van alle binnengekomen gegevens tot opgelegde eigen bijdragen. Juistheid heeft als norm het juist opleggen van de eigen bijdrage volgens het Besluit langdurige zorg en de specifieke circulaires van het Zorginstituut. Het betreft vooral de juistheid van het berekeningsproces volgens de juiste procedures. Het begrip juistheid heeft ook betrekking op de juiste toepassing van het anti-cumulatiebeding. Het CAK hanteert als interne norm dat facturering moet plaatsvinden binnen maximaal acht weken nadat alle benodigde gegevens aanwezig zijn. Deze acht weken zijn opgebouwd uit zes weken voor facturering en twee weken voor het versturen van alle facturen. De begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid bepalen ook de rechtmatigheid van het incassoproces. Bij het innen van de eigen bijdragen Wlz wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om – met inachtneming van enkele voorwaarden – de eigen bijdragen in te houden op de sociale zekerheidsuitkeringen via de SVB en het UWV. Dit heet ook wel broninhouding. Daarvoor levert het CAK informatie aan de SVB en het UWV aan. Omdat de SVB en het UWV deze ingehouden bedragen direct verrekenen met het Flz, is op de bevestigde bedragen voor het CAK gebruikersverantwoordelijkheid van toepassing. Indien broninhouding niet plaatsvindt via de SVB of het UWV draagt het CAK zorg voor inning. Dit model sluit verder aan bij de intern opgestelde incassoprocedure van het CAK. Deze incassoprocedure is ter kennisgeving aangenomen door VWS. Deze procedure geeft aan hoe het CAK de opgelegde eigen bijdragen moet incasseren en wanneer afboeking wegens oninbaarheid plaatsvindt. Als het CAK voldoet aan de geldende wet- en regelgeving en de procedures zoals vastgelegd in het protocol ‘oninbaar verklaren & matigen invorderingen’, is er sprake van een rechtmatige uitvoering van de wettelijke taak van het incasseren van de eigen bijdragen Wlz. In de bestuurlijke verantwoording beschrijft het CAK: de problemen die zich in het verslagjaar hebben voorgedaan ten aanzien van de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de vaststelling, oplegging en inning van de eigen bijdragen; de wijze waarop het management in het verslagjaar is geïnformeerd over de rechtmatige uitvoering van de eigen bijdrageregeling Wlz. Daarbij besteedt het CAK aandacht aan de volledigheid van de managementinformatie (kritische prestatie-indicatoren); de problemen die het CAK heeft ondervonden bij de aanlevering van gegevens door de informatieleveranciers, welke aanvullende acties zijn ondernomen en welke maatregelen op managementniveau zijn genomen om de gegevensuitwisseling te optimaliseren; de problemen die het CAK heeft ondervonden bij de aansturing van de broninhouders, welke aanvullende acties zijn ondernomen en welke maatregelen op managementniveau zijn genomen om de aansturing van de broninhouders te optimaliseren; de informatie die aan klanten is verstrekt over de eigen bijdragen (bijvoorbeeld toezending brochures, organiseren van informatiebijeenkomsten). Het CAK moet zich in de bestuurlijke verantwoording verantwoorden over de opvolging van de verbeterpunten die de NZa in het rapport 2017 heeft opgenomen. De in een kalenderjaar opgelegde, geïncasseerde en afgeboekte eigen bijdragen Wlz komen in de bestuurlijke verantwoording tot uitdrukking in de toelichting op de post ‘Liquide middelen wettelijke taken’, de post ‘Door te storten middelen wettelijke taken’, de post ‘Debiteuren’ (inclusief analyse debiteurenpositie) en de post ‘Rekening-couranten’ als onderdeel van het overzicht van activa en passiva. Voor de goedkeuringstolerantie wordt uitgegaan van de mutatiestroom. Als grens geldt hierbij 1% van de in totaal opgelegde eigen bijdragen Wlz in het verslagjaar. De in deze paragraaf opgenomen tekst is van toepassing op de eigen bijdragen Wmo. Het vaststellen, opleggen en innen van de eigen bijdragen Wmo en de afdracht aan de gemeenten vormt sinds 1 januari 2007 een eigen taak van het CAK. Deze taak is per 1 januari 2015 gewijzigd. Een van de gevolgen van de wijziging in wet- en regelgeving is dat de producten ‘Beschermd wonen en Kort Verblijf’ vanuit de AWBZ overgeheveld zijn naar de Wmo. Bij beschermd wonen is ook broninhouding van de eigen bijdrage door het UWV of de SVB mogelijk. Daarvoor levert het CAK informatie aan de SVB en UWV aan. Dit is het enige product in de Wmo waarvoor broninhouding kan plaatsvinden. Het CAK heft en int maandelijks de eigen bijdrage voor cliënten die ‘beschermd wonen’. Het CAK geeft hiertoe beschikkingen af. De verantwoordelijkheid voor ‘beschermd wonen’ is met ingang van 1 januari 2015 op grond van de Wmo bij gemeenten komen te liggen. Voor zover mogelijk wordt de eigen bijdrage door middel van broninhouding ingehouden door de SVB en het UWV. De ingehouden bedragen moeten door de SVB en het UWV overgemaakt worden aan het CAK, die vervolgens voor de verdeling over de verschillende centrumgemeentes zorgt als zijnde afdracht eigen bijdragen. Het CAK heeft een gebruikersverantwoordelijkheid ten aanzien van de juistheid van de ontvangen bedragen aan broninhouding van de SVB en het UWV. Het onderstaande is voor de Wmo in zijn algemeenheid van toepassing. De vaststelling van de eigen bijdragen vindt plaats op basis van zorggegevens van de zorgaanbieders en gemeenten en de inkomensgegevens van de Belastingdienst. De door de zorgaanbieders en gemeenten bij het CAK aangeleverde persoonsgegevens worden bij de BRP geverifieerd. Het CAK maakt gebruik van de gegevens van zes informatieleveranciers: de zorgaanbieders voor persoons- en zorgurengegevens; de gemeenten voor parameters en persoons- en zorggegevens; de BRP voor geverifieerde persoonsgegevens; het UWV voor inkomensgegevens en bevestigde broninhoudingen; de SVB voor bevestigde broninhoudingen; de Belastingdienst voor inkomensgegevens. Voor de gegevens van de informatieleveranciers geldt gebruikersverantwoordelijkheid. De directe verantwoordelijkheid voor de gegevens ligt bij de informatieleveranciers zelf. Het CAK heeft niet de taak om vast te stellen dat iedereen die een eigen bijdrage zou moeten betalen, tijdig bij het CAK wordt aangemeld. Niet of te laat aangemelde klanten vallen niet onder de verantwoordelijkheid van het CAK. Het begrip rechtmatigheid speelt dus pas een rol vanaf de ontvangst van alle gegevens die nodig zijn voor vaststelling van de eigen bijdragen. Het CAK voert deze taak rechtmatig uit, als de eigen bijdragen voor Wmo volledig, juist en tijdig worden vastgesteld, opgelegd, geïncasseerd en de ontvangen eigen bijdragen voor Wmo volledig, juist en tijdig worden afgedragen aan de gemeenten. Vertragingen in de gegevensaanlevering door één van de zes informatieleveranciers vallen buiten het rechtmatigheidsbegrip van het CAK. Als voorwaarde hierbij geldt, dat de opvraagprocedures van het CAK (technisch) goed functioneren, zodat de opvraagprocedure geen probleemgevallen veroorzaakt. Wettelijk is besloten om op de eigen bijdrage Wmo een anti-cumulatiebeding van toepassing te laten zijn. Het begrip rechtmatigheid wordt geconcretiseerd door de invulling van de begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid. Volledigheid heeft betrekking op het volledig afwikkelen van alle binnengekomen gegevens tot opgelegde eigen bijdragen. Het ‘volledig afwikkelen’ heeft betrekking op alle gegevens waarbij geen sprake is van kwijtschelding. Juistheid heeft als norm het juist opleggen van de eigen bijdrage volgens de door de gemeenten aangeleverde parameters en de door de zorgaanbieders en gemeenten aangeleverde zorg en hulpmiddelen. Het betreft vooral de juistheid van het berekeningsproces volgens de juiste procedures. Het begrip juistheid heeft ook betrekking op de juiste toepassing van het anti-cumulatiebeding. Het CAK hanteert als interne norm dat facturering moet plaatsvinden binnen maximaal acht weken nadat alle benodigde gegevens aanwezig zijn. Deze acht weken is opgebouwd uit zes weken voor facturering en twee weken voor het versturen van alle facturen. De begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid bepalen ook de rechtmatigheid van het incassoproces. Dit model sluit verder aan bij de intern opgestelde incassoprocedure van het CAK. Deze incassoprocedure is ter kennisgeving aangenomen door VWS. Deze procedure geeft aan hoe het CAK de opgelegde eigen bijdragen moet incasseren en wanneer afboeking wegens oninbaarheid plaatsvindt. Als het CAK voldoet aan de geldende wet- en regelgeving en de procedures zoals vastgelegd in het protocol ‘oninbaar verklaren & matigen invorderingen’, is er sprake van een rechtmatige uitvoering van de wettelijke taak van het incasseren van de eigen bijdragen Wmo. In de bestuurlijke verantwoording beschrijft het CAK: de problemen die zich in het verslagjaar hebben voorgedaan ten aanzien van de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de vaststelling, oplegging en inning van de eigen bijdragen; de wijze waarop het management in het verslagjaar is geïnformeerd over de rechtmatige uitvoering van de eigen bijdrageregeling Wmo. Daarbij besteedt het CAK aandacht aan de volledigheid van de managementinformatie (kritische prestatie-indicatoren); de problemen die het CAK heeft ondervonden bij de aanlevering van gegevens vanuit de informatieleveranciers, welke aanvullende acties zijn ondernomen en welke maatregelen op managementniveau zijn genomen om de gegevensuitwisseling te optimaliseren; de problemen die het CAK heeft ondervonden bij de aansturing van de broninhouders, welke aanvullende acties zijn ondernomen en welke maatregelen op managementniveau zijn genomen om de aansturing van de broninhouders te optimaliseren; informatie die aan klanten is verstrekt over de eigen bijdragen (bijvoorbeeld toezending brochures, organiseren van informatiebijeenkomsten). Het CAK moet zich in de bestuurlijke verantwoording verantwoorden over de opvolging van de verbeterpunten die de NZa in het rapport 2017 heeft opgenomen. Het CAK kan de informatieverstrekking in de bestuurlijke verantwoording over de eigen bijdragen Zorg zonder Verblijf en eigen bijdragen Wmo voor zover van toepassing samenvoegen om doublures in de informatieverstrekking te voorkomen. De in een kalenderjaar opgelegde, geïncasseerde en afgeboekte eigen bijdragen Wmo komen tot uitdrukking in de bestuurlijke verantwoording van het CAK in de post ‘Liquide middelen wettelijke taken’, de post ‘Door te storten middelen wettelijke taken’, de post ‘Debiteuren’ (inclusief analyse debiteurenpositie) en de post ‘Rekening-couranten’ als onderdeel van het overzicht van activa en passiva. Voor de goedkeuringstolerantie wordt uitgegaan van de mutatiestroom. Als grens geldt hierbij 1% van de in totaal opgelegde eigen bijdragen Wmo in het verslagjaar. De in deze paragraaf opgenomen tekst is van toepassing op de deelgebieden: interest geldmiddelen AFBZ, Flz en Wmo; interest geldmiddelen Zvf. Als betaalkantoor beschikt het CAK over liquide middelen om tijdsverschillen tussen het uitvoeren van betalingsopdrachten en de daarvoor benodigde geldmiddelen van het AFBZ, Flz, Wmo en het Zvf te overbruggen. Omdat de kosten van het CAK inclusief de bankkosten in principe gedekt worden door het budget beheerskosten, moet de betreffende interest volledig met het AFBZ, het Flz, de Wmo en het Zvf worden verrekend. Vastgesteld moet worden, dat de interest die over de beschikbare liquide middelen en openstaande vorderingen wordt ontvangen c.q. betaald juist, tijdig en volledig is verrekend. Voor de interest geldmiddelen AFBZ, Flz en Wmo geldt dat de verrekening over de verschillende fondsen plaatsvindt op basis van een door het Zorginstituut en het CAK afgesproken verdeling. De bedragen die door het CAK zijn bepaald op basis van deze verdeling worden opgenomen in de bestuurlijke verantwoording van het CAK. Het CAK moet zich in de bestuurlijke verantwoording verantwoorden over de opvolging van de verbeterpunten die de NZa in het rapport 2017 heeft opgenomen. De in een kalenderjaar verrekende interest geldmiddelen komt in de bestuurlijke verantwoording van het CAK tot uitdrukking in de toelichting op de post ‘Liquide middelen wettelijke taken’, de post ‘Door te storten middelen wettelijke taken’ en de post ‘Rekening-couranten als onderdeel van het overzicht van activa en passiva. Voor de goedkeuringstolerantie wordt uitgegaan van: 1% van het totaal van de verantwoorde interest geldmiddelen AFBZ, Flz en Wmo in het verslagjaar; 1% van het totaal van de verantwoorde interest geldmiddelen Zvf in het verslagjaar. Met ingang van 1 januari 2015 is het CAK niet meer wettelijk bevoegd om nieuwe beschikkingen af te geven. Wel dienen nog betalingen op al verstrekte beschikkingen te worden uitgevoerd. In artikel 118a van de Zvw was vastgelegd dat verzekerden het recht op de compensatieregeling eigen risico kunnen doen gelden jegens het CAK. Deze regeling is met ingang van 1 januari 2014 afgeschaft. Artikel 118a Zvw is per 1 januari 2015 vervallen. Het begrip rechtmatigheid wordt geconcretiseerd door de invulling van de begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid. Volledigheid heeft de betekenis van het volledig afwikkelen van alle binnengekomen gegevens tot de volledige bepaling van rechthebbenden. Sinds het uitvoeringsjaar 2015 kan het CAK geen nieuwe aanvragen meer in behandeling nemen. Alleen lopende aanvragen die uiterlijk op 31 december 2014 zijn ontvangen worden nog afgehandeld. Juistheid heeft de betekenis van het toewijzen en het afwikkelen van de uitbetaling van het juiste bedrag aan de juiste rechthebbende volgens de betaalinstructies. Tijdigheid van betaling betreft het binnen vastgestelde termijnen afwikkelen van de betaling. Als uitbetaling niet kan plaatsvinden vanwege het ontbreken van een bankrekeningnummer op de overeengekomen datum, zal de betaling plaatsvinden binnen maximaal vier weken na het bekend worden van dit bankrekeningnummer. Tegenover de uitgevoerde betaalopdrachten staan de afrekeningen met het Zvf. Hiervoor worden gelijke rechtmatigheidsnormen gehanteerd als bij de betalingen. In de bestuurlijke verantwoording geeft het CAK aan, welke AO/IB maatregelen intern zijn getroffen ter waarborging van de rechtmatigheid van de betalingen en ter voorkoming van het onttrekken van waarden aan het Zvf via het CAK. Het CAK moet zich in de bestuurlijke verantwoording verantwoorden over de opvolging van de verbeterpunten die de NZa in het rapport 2017 over het CAK heeft opgenomen. De uitgevoerde betalingen en de op grond hiervan met het Zvf verrekende bedragen komen in de bestuurlijke verantwoording van het CAK tot uitdrukking in toelichting op de post ‘Liquide middelen wettelijke taken’, de post ‘Door te storten middelen wettelijke taken’ en de post ‘Rekening-couranten’ als onderdeel van het overzicht van activa en passiva. Voor de goedkeuringstolerantie gaat het CAK uit van de mutatiestroom. Als grens geldt hierbij 1% van de totale CER-uitkeringen in het verslagjaar. Het CAK neemt in het ‘Financieel overzicht activa en passiva van de financiële stromen van de wettelijke taken op basis van het toerekeningsbeginsel’, als onderdeel van de bestuurlijke verantwoording, debiteurenvorderingen op. Deze vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Er wordt in dit onderdeel van de bestuurlijke verantwoording geen voorziening voor oninbaarheid opgenomen voor de debiteurenvorderingen omdat het risico voor oninbaarheid voor rekening van het desbetreffende fonds of de desbetreffende gemeente is. Het CAK neemt wel in zijn bestuurlijke verantwoording een analyse op van de debiteurenpositie die voldoet aan de informatiebehoefte van de fondsbeheerder of de gemeenten om de voorziening voor oninbaarheid te kunnen bepalen. De analyse van de debiteurenpositie is onderdeel van de assurance-opdracht die is verstrekt aan de externe accountant. Bij de verantwoording over de borging van de rechtmatigheid van de financiële stromen maakt het CAK gebruik van de matrix bestuurlijke verantwoording. De matrix geeft aan bij welke financiële stromen13De verantwoording van financiële stromen vindt plaats op kasbasis. het CAK is betrokken, wat de omvang is van deze financiële stromen, welke taken en verantwoordelijkheden het CAK heeft ten aanzien van deze financiële stromen en welke voorbehouden gelden in verband met de opdrachtverstrekking en gegevensaanlevering door derden. In de kolom bestuurlijke verantwoording geeft het CAK aan hoe en in hoeverre de rechtmatigheid van de financiële stromen door het CAK is gewaarborgd. De matrix voor VWS is uitgewerkt in bijlage 2 ‘Model Matrix bestuurlijke verantwoording VWS’ van dit model. De matrix voor de NZa is uitwerkt in bijlage 3 ‘Model Matrix bestuurlijke verantwoording NZa’. De matrices geven de volgende financiële stromen weer, die een rol spelen bij de concrete invulling van het rechtmatigheidsbegrip bij het CAK: Inzake VWS: uitbetaalde tegemoetkomingen Wtcg; afdracht ouderbijdragen op basis van de Jeugdwet. Inzake NZa: betalingen van zorgaanspraken AWBZ; betalingen van zorgaanspraken Wlz; betalingen subsidieregeling extramurale behandeling; betalingen subsidieregeling eerstelijns verblijf; afdracht eigen bijdragen Zorg zonder Verblijf AWBZ; afdracht eigen bijdragen Zorg met Verblijf AWBZ; afdracht eigen bijdragen Wlz; afdracht eigen bijdragen Wmo; interest geldmiddelen AFBZ, Flz en Wmo; uitbetaalde uitkeringen CER; interest geldmiddelen Zvf. Het CAK moet in de bestuurlijke verantwoording een aantal kengetallen en prestatie-indicatoren voor het verslagjaar en voor zover van toepassing het jaar voorafgaand aan het verslagjaar opnemen. Deze kengetallen en prestatie-indicatoren zijn in bijlage 5 ‘Definities kengetallen en prestatie-indicatoren’ van dit model opgenomen. Met het oog op eventuele controles achteraf legt het CAK duidelijk intern vast, hoe de aan de kengetallen en prestatie-indicatoren ten grondslag liggende gegevens tot stand zijn gekomen. Het CAK geeft in de bestuurlijke verantwoording aan op welke wijze in de organisatie is verankerd dat alle klachten en bezwaar van klanten op een klantgerichte manier en zo spoedig mogelijk worden behandeld. Het CAK moet de klachten en bezwaar behandelen overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk negen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In de bestuurlijke verantwoording besteedt het CAK aandacht aan de organisatorische borging van de klachten- en bezwaarbehandeling binnen het CAK. Hierbij besteedt het CAK aandacht aan de wijze waarop zij bewaakt dat klachten en bezwaar volgens de voorschriften van de Awb worden afgehandeld. Het CAK geeft in de bestuurlijke verantwoording aan op welke wijze lering wordt getrokken uit de ontvangen klachten en bezwaar en tot welke concrete verbeteringen in procedures en dergelijke dit heeft geleid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel