Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Strafverminderende factoren

Onderdeel van Aanwijzing kader voor strafvordering meerderjarigen· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 april 2019

De wettelijke strafverminderende factoren, zoals poging, medeplichtigheid (verlaging strafmaximum met een derde) en voorbereiding (verlaging stafmaximum met de helft) zijn algemeen van toepassing en in beginsel niet in de richtlijnen opgenomen. Indien van toepassing wordt het uitgangspunt van de sanctie in de richtlijn bij stap 1 van de beoordeling (zie hierboven bij 3) overeenkomstig verlaagd. In enkele richtlijnen is de strafmaat voor poging al verwerkt, zoals in de richtlijnen poging zware mishandeling en poging doodslag. Ook niet opgenomen in de richtlijnen zijn persoonlijke omstandigheden van de dader en andere factoren die in het voordeel van de verdachte kunnen gelden. Deze kunnen per strafzaak verschillen en zijn te omvangrijk om in de compacte richtlijnen op te sommen. De omstandigheden van het geval en de persoonlijke omstandigheden worden wel standaard in stap 2 bij het toepassen van de richtlijnen meegewogen. Bij oplegging van een strafbeschikking kan ook de gerichtheid op de rechterlijke straftoemeting reden zijn voor een lagere straf. Indien aannemelijk is dat er sprake is van verminderde draagkracht kan dat een reden zijn om de geldboetesanctie of strafeis te matigen. Het kan echter ook reden zijn om een betaling in termijnen op te leggen, de geldboete om te zetten naar een andere sanctie of een voorwaardelijke boete te eisen. Hierboven is vermeld dat als algemeen uitgangspunt bij strafvordering geldt dat de dader de schade vergoed. De officier van justitie kan de impact die de schadevergoeding heeft op de dader meewegen in zijn afdoeningsbeslissing.

Rechtspraak bij dit artikel