Het moment van de verplaatsing van de werkelijke leiding ligt op het moment waarop de noodzakelijke voorbereidingshandelingen daadwerkelijk zijn uitgevoerd en derhalve kan worden vastgesteld dat de werkelijke leiding niet meer in Nederland wordt uitgeoefend. Het moment waarop het voorbereidingsbesluit tot zetelverplaatsing wordt genomen geldt nog niet als moment van zetelverplaatsing. De berekening van de eindafrekeningswinst (eventueel partieel, zie onderdeel 6) geschiedt naar dat latere moment.
Voor de definitie van het begrip “werkelijke leiding” wordt aangesloten bij de omschrijving die de Hoge Raad aan dit begrip heeft gegeven in zijn arrest van 23 september 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC51051met inachtneming van het verwante arrest van 19 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:47, luidende: “Bij de beoordeling naar de omstandigheden van de vestigingsplaats van een lichaam moet in het algemeen ervan worden uitgegaan dat de werkelijke leiding van het lichaam berust bij zijn bestuur, en dat de vestigingsplaats overeenkomt met de plaats waar dit bestuur zijn leidinggevende taak uitoefent. Wanneer echter aannemelijk is dat de werkelijke leiding van het lichaam door een ander wordt uitgeoefend dan dat bestuur, kan er aanleiding zijn als vestigingsplaats van het lichaam aan te merken de plaats van waaruit die ander de leiding uitoefent”.
Artikel 2
Het moment van zetelverplaatsing
Onderdeel van Vennootschapsbelasting, dividendbelasting, diverse fiscale gevolgen van zetelverplaatsing van een naar Nederlands recht opgericht lichaam· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 2 april 2019