**1.** Een bestuurslid heeft het recht van verschoning indien hij van mening is dat zijn onpartijdigheid bij een bepaalde aangelegenheid in het geding zou kunnen zijn. Indien hij van het recht van verschoning gebruik maakt, doet hij hiervan mededeling aan het andere bestuurslid.
**2.** Indien een bestuurslid van mening is dat de onpartijdigheid van het andere bestuurslid bij een bepaalde aangelegenheid in het geding zou kunnen zijn of de schijn van partijdigheid de taakvervulling van de raad met betrekking tot die aangelegenheid kan schaden, kan de raad besluiten een bestuurslid ongevraagd verschoning te verlenen.
**3.** Indien de in het tweede lid beschreven situatie zich voordoet worden de afdelingshoofden door de raad in de gelegenheid gesteld een advies uit te brengen ten aanzien van de ongevraagde verschoning van het bestuurslid. Dit advies is bindend voor de raad.
**4.** Indien de in het eerste of tweede lid beschreven situatie zich voordoet, neemt het desbetreffende bestuurslid geen deel aan de behandeling van en de besluitvorming overde desbetreffende aangelegenheid. Daarvan wordt mededeling gedaan in het in artikel 5 bedoelde verslag.
Artikel 7
Verschoning
Onderdeel van Bestuursreglement Kansspelautoriteit· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 5 april 2019