De vergunninghouder draagt, gerekend over een kalenderjaar, de opbrengst (aantal verkochte deelnamebewijzen x verkoopprijs deelnamebewijzen) van de loterij(en) – na aftrek van prijzen en noodzakelijke kosten – af aan begunstigden met een doel van algemeen belang (afdracht).
De afdracht bedraagt per kalenderjaar, minimaal 40% van de opbrengst (aantal verkochte deelnamebewijzen x verkoopprijs deelnamebewijzen) van de georganiseerde loterij(en), waarbij de vergunninghouder minimaal 80% van de afdracht uitkeert aan begunstigden die door de Belastingdienst zijn aanwezen als algemeen nut beogende instellingen (ANBI).
De vergunninghouder keert de afdracht zo spoedig mogelijk, en in ieder geval uiterlijk drie maanden na afloop van elk kalenderjaar uit aan de begunstigden.
De vergunninghouder keert de afdracht vrij van last uit aan de begunstigden. Dit houdt in ieder geval in dat de vergunninghouder geen tegenprestatie mag verbinden aan de afdracht en niet van begunstigden mag eisen dat zij zich exclusief aan de vergunninghouder verbinden.
De vergunninghouder mag, gerekend over een kalenderjaar, ten hoogste 20% van de afdracht uitkeren aan begunstigden die op eigen initiatief goederen of diensten ter beschikking stellen die door de vergunninghouder als prijzen kunnen worden gebruikt.
Artikel 3
Afdracht ten behoeve van het algemeen belang
Onderdeel van Besluit verlening vergunning organiseren gelegenheid ex artikel 3 Wet op de kansspelen (vergunning Fair Share Nederland 2017 – 2022)· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2022