Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Financiële geschiktheid

Onderdeel van Toelatingscriteria EURES lid en partner· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 3 mei 2019

EURES-leden of -partners beschikken over voldoende financiële middelen om de EURES-dienstverlening uit te voeren. Een private organisatie wordt verzocht bij aanvraag inzicht te verschaffen in de bedrijfseconomische situatie van de organisatie. Uitzondering hierop zijn vakbonden, vakverenigingen, werknemersverenigingen of vakorganisaties die de individuele en collectieve belangen behartigen van aangesloten werknemers, ten minste vijf jaar actief zijn en zich niet bezig houden met arbeidsbemiddeling. Vakbonden, vakverenigingen, werknemersverenigingen of vakorganisaties vormen een uitzondering omdat zij zich slechts bezig houden met het bieden van ondersteunende diensten aan werknemers en werkzoekenden. Vakbonden, vakverenigingen, werknemersverenigingen of vakorganisaties worden verzocht bij aanvraag een verklaring inzake de solvabiliteit te overleggen ten einde de EURES-dienstverlening te kunnen garanderen. De sociale partners moeten volgens Verordening 589/2016 in staat worden gesteld een aanvraag in te dienen om EURES-lid of -partner te worden, mits zij aan de toepasselijke verplichtingen krachtens deze verordening voldoen (overweging 17 en art. 7 lid 2). Voor het uitvoeren van de EURES-dienstverlening worden geen financiële middelen ter beschikking gesteld. De EURES-diensten moeten kosteloos worden aangeboden, met uitzondering van genoemde diensten aan werkgevers in hoofdstuk IV van de Verordening 589/2016, artikel 21 lid 3 en artikel 24. Het is een EURES-lid of -partner niet toegestaan om de EURES-dienstverlening te koppelen aan betaalde diensten (‘koppelverkoop’).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel