Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 14

Overleg Klantenadviesraad SVB met de Raad van bestuur

Onderdeel van Regeling Cliëntenparticipatie SVB 2019· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 9 mei 2019

1. Het overleg, bedoeld in artikel 7, eerste lid, vindt ten minste vier keer per jaar in een vergadering plaats. Leden worden geacht om dit overleg met de Raad van bestuur bij te wonen. De agenda wordt door of namens de Raad van bestuur in onderling overleg opgesteld met de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter van de Klantenadviesraad. 2. Bij spoedeisende adviezen over belangrijke besluiten bedoeld in het derde lid van artikel 7 vinden tussentijds overleg en advisering plaats. De voorzitter van de Klantenadviesraad en de Raad van bestuur bepalen in onderling overleg de termijn waarbinnen een dergelijk tussentijds overleg plaatsvindt. 3. De oproeping tot een vergadering geschiedt door middel van een uitnodiging op schrift of per e-mail namens de voorzitter. De uitnodiging bevat plaats en tijdstip van de vergadering en gaat vergezeld van een vergaderagenda en de daarop betrekking hebbende stukken. Toezending vindt plaats ten minste één week voor de vergadering. 4. De vergaderagenda wordt door de voorzitter vastgesteld. 5. Ieder lid van de Klantenadviesraad SVB bezit agenderingsbevoegdheid en kan de voorzitter schriftelijk of per e-mail verzoeken een vergadering bijeen te roepen. De voorzitter beoordeelt het verzoek en beslist daarover. 6. Indien de in het derde lid bedoelde stukken ingebracht worden door een lid, een werkgroep of commissie dan wel door de voorzitter, dan vindt uiterlijk twee weken voor de vergadering toezending daarvan plaats aan de ambtelijk secretaris. 7. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Bij afwezigheid van de voorzitter kiezen de leden uit hun midden een vervangende voorzitter. De tweede volzin van artikel 13, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing. 8. De vergaderingen worden bijgewoond door een lid van de Raad van bestuur, bij voorkeur de voorzitter en, tenzij de Klantenadviesraad SVB anders beslist, zo nodig door een of meer deskundigen van de SVB. De ter advisering aan de Cliëntenraad voorgelegde besluiten, bedoeld in het derde lid van artikel 7, worden ter vergadering zo nodig maar in elk geval op verzoek toegelicht door of namens de Directeur die verantwoordelijk is voor de juridische aangelegenheden van de SVB. 9. Van de vergadering wordt door de ambtelijk secretaris een schriftelijk verslag gemaakt. Dit verslag wordt in de eerstvolgende vergadering besproken en ter goedkeuring voorgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel