Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Vervanging

Onderdeel van Regeling Cliëntenparticipatie SVB 2019· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 9 mei 2019

1. Een lid van de Klantenadviesraad SVB wordt tussentijds door de Raad van bestuur vervangen: wegens overlijden; op eigen verzoek; of als naar het oordeel van de meerderheid, dan wel bij het staken van de stemmen naar het oordeel van de voorzitter van de Klantenadviesraad SVB, de goede gang van zaken bij de werkzaamheden van de Klantenadviesraad SVB door toedoen of verwijtbaar nalaten van het lid wordt belemmerd; of op een met reden omkleed verzoek van de in artikel 4 genoemde organisatie die het lid voor benoeming had voorgedragen. 2. De voorzitter van de Klantenadviesraad SVB wordt tussentijds vervangen: wegens overlijden; op eigen verzoek; of op verzoek van de meerderheid van de Klantenadviesraad SVB op grond van het oordeel dat de goede gang van zaken bij de werkzaamheden van de Klantenadviesraad SVB door toedoen of verwijtbaar nalaten van de voorzitter wordt belemmerd. 3. Benoeming wegens een tussentijdse vervanging vindt plaats met inachtneming van de bepalingen van de artikelen 3 en 4. De eerste zittingstermijn van het tussentijds benoemde lid bedraagt even lang als het restant van de zittingsduur van het vervangen lid. In afwijking tot het eerste en derde lid van artikel 5 komt het tussentijds benoemde lid desgewenst voor een tweede herbenoeming in aanmerking tot uiterlijk 8 jaar na de datum waarop de tussentijdse benoeming inging. 4. Vervanging vanwege de in de onderdelen c van het eerste en het tweede lid genoemde redenen vindt niet plaats dan na hoor en wederhoor door of namens de Raad van bestuur. Deze reden kan ook worden gevormd door een al dan niet door overmacht veroorzaakt verzuim van de helft of meer van de vergaderingen van de Klantenadviesraad SVB.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel