Naar hoofdinhoud

§ 4

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Regeling vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen OCW 2019· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 24 mei 2019

1. Een vertrouwenspersoon of gewezen vertrouwenspersoon ondervindt in zijn positie in de organisatie geen nadeel van zijn activiteiten in het kader van de uitvoering van deze regeling. 2. Voor de beëindiging van het dienstverband van een vertrouwenspersoon – anders dan op diens initiatief – is de goedkeuring vereist van de secretaris-generaal. 3. De vertrouwenspersoon meldt eventuele nadelige gevolgen die hij in zijn hoedanigheid van vertrouwenspersoon ondervindt bij de coördinator en de adviseur integriteit. 4. Een medewerker die te goeder trouw ongewenste omgangsvormen aan de orde heeft gesteld of een klacht heeft ingediend respectievelijk een vermoedelijke integriteitsschending, anders dan het vermoeden van een misstand, heeft gemeld, ondervindt in zijn positie als medewerker geen nadeel van zijn handelwijze.

Rechtspraak bij dit artikel