**1.** De hoogte van het voorschot voor de activiteiten bedoeld in de artikelen 3 en 4 wordt voorafgaand aan het boekjaar aan de hand van de door de stichting ingediende begroting vastgesteld.
**2.** Het voorschot voor de activiteiten bedoeld in de artikelen 3 en 4 wordt in gelijke maandelijkse termijnen betaald.
**3.** Voor de activiteiten bedoeld in artikel 4 is voor de jaren 2019 tot en met 2023 een totaalbedrag beschikbaar van maximaal € 1.500.000,–.
**4.** De berekening van de vergoeding van de kosten voor het jaar 2024 en volgende wordt aan het einde van de periode, bedoeld in het derde lid, nader bepaald.
Treedt in werking op het tijdstip dat de Regeling Stichting
Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2019–2023 in werking treedt.
Artikel 5
Bedrag en wijze van bevoorschotting
Onderdeel van Mandaatbesluit Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2019· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 29 mei 2019