**1.** Het particulier maritiem beveiligingspersoneel maakt bij de uitvoering van maritieme beveiligingswerkzaamheden gebruik van camera’s en microfoons.
**2.** Er worden beeld- of geluidsopnamen gemaakt vanaf het moment van dreigend gevaar van piraterij tot het moment dat de dreiging is geweken of afgewend. Deze opnamen worden vastgelegd in bestanden.
**3.** De teamleider instrueert zijn teamleden wanneer zij de camera’s of microfoons aanzetten voor het maken van beeld- of geluidsopnamen.
**4.** De teamleider verstrekt de bestanden met de beeld- of geluidsopnamen aan de kapitein ten behoeve van diens rapportage of melding, bedoeld in artikel 12.
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over:
de aard van de camera’s of microfoons en de verantwoordelijkheid voor het functioneren ervan;
het maken van beeld- en geluidopnamen tijdens het transport door het aangewezen zeegebied;
de aan de verwerking van beeld- en geluidsopnamen te stellen functionele of technische vereisten; en
de termijnen voor het bewaren en vernietigen van de bestanden met beeld- en geluidsopnamen.
**6.** De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Hoofdstuk 3
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Wet ter Bescherming Koopvaardij· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 2022