De bevoegdheden, bedoeld in artikel 2, 3 en 4 worden uitsluitend uitgeoefend voor zover het aangelegenheden betreffen die behoren tot het werkterrein van de secretaris en de plaatsvervangend secretaris met inachtneming van de richtlijnen en aanwijzingen van de voorzitter.
Artikel 5
Voorwaarden uitoefening mandaat, machtiging en volmacht
Onderdeel van Besluit mandaat, machtiging en volmacht Toetsingscommissie inzet bevoegdheden 2019· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 13 juni 2019