Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Procedure behandeling klacht

Onderdeel van Klachtenregeling Wetenschappelijke Integriteit NWO· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2019

1. Het secretariaat bevestigt de ontvangst van de klacht schriftelijk binnen één week. 2. Het secretariaat informeert de klager binnen drie weken na ontvangst van de klacht, dan wel – indien sprake is van een aanvraag waarop nog dient te worden beslist – na beslissing omtrent de aanvraag, of de klacht door NWO in behandeling wordt genomen en over het verdere verloop van de procedure. 3. De raad van bestuur kan besluiten tot het niet in behandeling nemen van een klacht indien: deze niet voldoet aan de in artikel 2 tweede lid, van deze regeling gestelde vereisten, mits de klager de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde redelijke termijn; geen financieringsrelatie met NWO ontstaat of de klacht aan het oordeel van een commissie wetenschappelijke integriteit van een andere instelling kan worden onderworpen; deze reeds aan het oordeel van een commissie wetenschappelijke integriteit van een andere instelling of rechterlijke instantie is onderworpen, of onderworpen is geweest. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. 1. Zodra NWO overgaat tot behandeling van de klacht informeert de vertrouwenspersoon beklaagde over de inhoud van de klacht en stelt hem in de gelegenheid hierop (schriftelijk) te reageren. Naar aanleiding hiervan tracht de vertrouwenspersoon door middel van bemiddeling tussen de betrokken partijen de klacht in der minne op te lossen. 2. Indien de klacht niet in der minne kan worden opgelost of indien dit niet wenselijk is adviseert de vertrouwenspersoon de raad van bestuur om de klacht te laten onderzoeken door de commissie wetenschappelijke integriteit NWO. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. 1. Indien de klacht inhoudelijk wordt behandeld door de commissie wetenschappelijke integriteit NWO, gaat de commissie over tot het horen van de betrokkenen. De commissie hoort de naar haar oordeel in aanmerking komende betrokkenen bij de klacht, waaronder in ieder geval klager en beklaagde. Betrokkenen kunnen zich laten bijstaan door een gemachtigde. Het horen geschiedt niet in het openbaar. De commissie kan getuigen en deskundigen horen. Van het horen wordt een verslag of geluidsopname gemaakt. De betrokkenen worden gehoord in elkaars aanwezigheid, tenzij er zwaarwegende redenen zijn dit niet te doen. In dat geval wordt/worden de niet-aanwezige betrokkene(n) op de hoogte gesteld van hetgeen tijdens het horen buiten zijn aanwezigheid is besproken. 2. De commissie wetenschappelijke integriteit NWO kan inzage vragen in alle documentatie en correspondentie die zij voor de beoordeling van de klacht van belang acht. 3. Binnen 10 weken nadat is overgegaan tot inhoudelijke beoordeling van de klacht door de commissie wetenschappelijke integriteit NWO, brengt de commissie schriftelijk advies uit aan de raad van bestuur over de gegrondheid van de klacht. De commissie kan deze termijn eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen. 4. In het advies van de commissie is ten minste opgenomen: Een beschrijving van de gevolgde procedure; Een omschrijving van de standpunten van de betrokken partijen, alsmede de zienswijze van eventueel geraadpleegde getuigen en/of deskundigen; Of de klacht naar oordeel van de commissie gegrond of ongegrond is en, in geval van gegrondbevinding, welke van de kwalificaties als bedoeld in paragraaf 5.2 van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit daar naar haar oordeel aan moet worden toegekend; De motivering van het oordeel van de commissie. 5. Het advies van de commissie wordt ter kennisgeving voorgelegd aan de vertrouwenspersoon. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. 1. De raad van bestuur stelt in zijn eerstvolgende vergadering na ontvangst van het advies van de commissie wetenschappelijke integriteit NWO zijn aanvankelijk oordeel ten aanzien van de klacht vast. 2. De raad van bestuur stelt de bij de klacht betrokken partijen, waaronder in ieder geval klager en beklaagde(n) terstond schriftelijk in kennis van het aanvankelijk oordeel, onder gelijktijdige toezending van het advies van de commissie. Indien de raad van bestuur in zijn aanvankelijk oordeel afwijkt van het advies van de commissie, wordt in het aanvankelijk oordeel de reden van afwijking vermeld. 3. Klager en beklaagde(n) kunnen binnen zes weken na dagtekening van het aanvankelijk oordeel van de raad van bestuur het LOWI verzoeken advies uit te brengen over dit aanvankelijk oordeel. Op de procedure is het geldende LOWI reglement van toepassing. 4. Indien klager niet binnen de in het derde lid genoemde termijn een verzoek om advies bij het LOWI heeft ingediend, wordt het aanvankelijk oordeel omgezet in een definitief oordeel. Betrokken partijen worden hiervan schriftelijk in kennis gesteld. 5. Indien klager het LOWI om advies heeft verzocht stelt de raad van bestuur zijn definitieve oordeel vast na ontvangst van dat advies. Indien de raad van bestuur in zijn definitieve oordeel afwijkt van het advies van het LOWI, wordt in het oordeel de reden van afwijking vermeld. 6. De raad van bestuur stelt de bij de klacht betrokken partijen, waaronder in ieder geval klager, beklaagde(n) en in voorkomend geval de betrokken instelling, terstond schriftelijk in kennis van het definitieve oordeel. 7. Bij gegrondverklaring van de klacht kan de raad van bestuur, afhankelijk van de aard van de gedragingen en onverminderd het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, de subsidie van beklaagde (deels) intrekken of de subsidie lager vaststellen. In een dergelijk geval neemt de raad van bestuur hiertoe een afzonderlijk besluit. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel