Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Geldigheidstermijn toetsing arbocatalogi

Onderdeel van Beleidsregel arbocatalogi 2019· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 14 juni 2019

1. De geldigheidstermijn van een toetsing is zes jaar gerekend vanaf de datum van de brief met de uitkomsten van de toetsing. 2. Vijf jaar nadat een arbocatalogus positief is getoetst, ontvangen de indieners van de minister een verzoek om de desbetreffende arbocatalogus in al of niet aangepaste vorm opnieuw te laten toetsen, opdat nagegaan kan worden in hoeverre de arbocatalogus nog voldoet aan de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening. 3. De termijn van zes jaar kan worden ingekort indien er naar de mening van de minister in het desbetreffende werkgebied: eerder sprake is van een gewijzigde stand van de wetenschap of professionele dienstverlening; of regelmatig sprake is van dusdanige bedrijfsspecifieke omstandigheden dat onverkorte toepassing van de arbocatalogus de veiligheid en gezondheid van werknemers in het desbetreffende werkgebied onvoldoende waarborgt. 4. Indien niet binnen zes maanden nadat de minister de indieners daarom heeft verzocht, gebruik is gemaakt van de gelegenheid om een arbocatalogus opnieuw te laten toetsen, verwijdert de minister de desbetreffende arbocatalogus uit de bijlage bij deze beleidsregel: in het geval, bedoeld in het tweede lid, na het verstrijken van de termijn, genoemd in het eerste lid; in het geval, bedoeld in het derde lid, na het verstrijken van de termijn, genoemd in de aanhef van het vierde lid. 5. De artikelen 2 en 3 zijn ten aanzien van het hernieuwde verzoek om toetsing van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel