Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Klimaatwet· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 september 2019

1. Onze Minister stelt in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en nadat het is overgelegd aan beide kamers der Staten-Generaal, het klimaatplan vast. 2. Op de voorbereiding van het klimaatplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. 3. De Afdeling advisering van de Raad van State wordt over het klimaatplan gehoord. 4. Onze Minister kan, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord beide kamers der Staten-Generaal, het klimaatplan wijzigen indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is om de doelstellingen, bedoeld in artikel 2, te realiseren. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel