**1.** Onze Minister stelt in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en nadat het is overgelegd aan beide kamers der Staten-Generaal, het klimaatplan vast.
**2.** Op de voorbereiding van het klimaatplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
**3.** De Afdeling advisering van de Raad van State wordt over het klimaatplan gehoord.
**4.** Onze Minister kan, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord beide kamers der Staten-Generaal, het klimaatplan wijzigen indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is om de doelstellingen, bedoeld in artikel 2, te realiseren. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Klimaatwet· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 september 2019