Naar hoofdinhoud

§ 2

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit KO 2019· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 25 juli 2019

De directeur en de plaatsvervangend directeur zijn verantwoordelijk voor: het uitvoeren van programma’s en projecten zoals toegewezen door de directeur of vermeld in het jaarplan van de directie; het algemeen beheer, coördineren en implementeren van wet- en regelgeving op het gebied van de kwaliteit en de veiligheid van de kinderopvang; het ontwikkelen van beleid gericht op de verbetering van het toezicht op de kwaliteit en de handhaving van het stelsel van kinderopvang; het ontwikkelen van beleid gericht op de verbetering van de aansluiting van kinderopvang met het onderwijs; het ontwikkelen en toepassen van beleidsinstrumenten op de taakgebieden, bedoeld in onderdelen b tot en met d; het algemeen beheer, coördineren en implementeren van wet- en regelgeving op het gebied van de financiering van de kinderopvang en de daarmee samenhangende onderwerpen als kinderopvangtoeslag in Nederland en het buitenland, fraudebestrijding en doelgroepenbeleid; het ontwikkelen van beleid ten aanzien van marktwerking in de kinderopvang en de positie van ouders; het ontwikkelen en toepassen van beleidsinstrumenten op de taakgebieden, bedoeld in onderdelen f en g, waaronder registers en ICT- toepassingen; het coördineren van de bijdragen aan de begrotingsproducten en de uitvoeringsrapportages binnen de directie; het bedrijfsmatig beheren van de budgetten; het behartigen van overige financiële activiteiten binnen de directie waaronder het subsidie- en contractenbeheer. De directeur, de afdelingshoofden en het MT-lid herziening financieringsstelsel kinderopvang zijn verantwoordelijk voor:

Rechtspraak bij dit artikel