In een besluit tot het instellen van een veiligheidszone wordt bepaald dat de uitzonderingen, bedoeld in artikelen 2, tweede en derde lid, 3 en 4, slechts van toepassing zijn voor zover daarbij gevaarlijk of hinderlijk gedrag voor het scheepvaartverkeer of de exploitatie van windenergie wordt vermeden.
Artikel 5
Voorkomen gevaarlijk en hinderlijk gedrag
Onderdeel van Beleidsregel instelling veiligheidszone windparken op zee· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2018