Een bank als bedoeld in artikel 3:33a, eerste lid, van de Wft kan onroerend goed dat als zekerheid is gesteld voor gedekte obligaties waarderen tegen of onder de marktwaarde of tegen de hypotheekwaarde van dat onroerend goed, zonder dat de in artikel 229, eerste lid, onderdeel e, van de CRR vastgelegde plafonds hoeven te worden toegepast.
Hoofdstuk 3
Artikel 3:9
– Toepassing toezichthouderdiscretie op grond van de CRR
Onderdeel van Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 6 maart 2026