Naar hoofdinhoud

Artikel V

Advisering

Onderdeel van Regeling 75 jaar vrijheid· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2019

1. In verband met advisering over toekenning van subsidies benoemt het bestuur, een poule van adviseurs. 2. Uit deze poule worden vaste en flexibele commissies samengesteld. 3. Het bestuur benoemt de adviseurs en ontslaat deze. 4. Niet tot adviseur kan worden benoemd: een lid van de Raad van Toezicht; (een lid van) het bestuur; een medewerker van het fonds; 5. Adviseurs melden hun functies en nevenfuncties schriftelijk aan het bestuur van het fonds. 6. Het bestuur kan ad-hoc-adviseurs benoemen. 7. Het bestuur kan een adviseur tussentijds uit zijn functie ontslaan. 8. Adviseurs genieten een door het bestuur vast te stellen vacatiegeld en een vergoeding van de reiskosten. 1. De adviescommissies hebben tot taak het bestuur te adviseren over de voorgelegde aanvragen met inachtneming van het bepaalde in de desbetreffende regeling. 2. De adviescommissies dienen voor een door het bestuur te bepalen datum hun adviezen en aanbevelingen schriftelijk ter kennis te brengen van het bestuur. 3. Al hetgeen de adviseurs uit hoofde van deze functie ter kennis komt, is strikt vertrouwelijk. 4. De vergaderingen van de adviescommissies zijn niet openbaar. 1. De adviescommissies vergaderen zo vaak het fonds dit nodig acht. 2. Het bestuur voegt een of meerdere medewerkers als secretaris toe aan elke adviescommissie. De secretaris roept op tot de vergaderingen. Deze maakt van het ter vergadering verhandelde notulen op, die door deze en de voorzitter worden geaccordeerd. 3. Het bureau formuleert in voorkomende gevallen, voorafgaande aan de commissievergadering, een preadvies. Het preadvies bindt de adviescommissie niet. 1. Adviseurs voeren een aanvullend gesprek met aanvragers voor zover dit voor een verantwoorde advisering noodzakelijk is, en brengen hiervan verslag uit aan de adviescommissie. 2. De adviescommissies dienen zich bij hun oordeel over een aanvraag te baseren op de door de aanvrager verstrekte gegevens. 3. De adviescommissie stelt de adviezen vast bij meerderheid van stemmen. Adviezen worden geaccordeerd door de voorzitter en de secretaris. 4. Ieder lid, dan wel plaatsvervangend lid van de adviescommissie, alsmede de voorzitter heeft één stem. 5. Wanneer geen stemmenmeerderheid als bedoeld in het eerste lid wordt bereikt, brengt de adviescommissie een negatief advies uit. 6. De stemverhouding, alsmede de overwegingen die tot het uiteindelijke advies hebben geleid, worden door de secretaris als bedoeld in artikel 12 lid 2 genotuleerd. 7. Ieder lid van de adviescommissie is bevoegd een afwijkende mening in de adviezen op te doen nemen. 8. Geldige adviezen van een adviescommissie kunnen slechts tot stand komen indien minimaal drie stemgerechtigde personen aanwezig zijn. 9. Leden van de adviescommissie zijn niet gerechtigd hun persoonlijke advies naar buiten te brengen indien dit afwijkend is. De commissie ‘praat met één mond’. 1. Indien in een adviescommissievergadering kwesties aan de orde komen waarbij een adviseur middellijk of onmiddellijk een eigen belang heeft, of kan hebben of wanneer het gaat om belangen van rechtspersonen waarbij hij als lid van het bestuur, adviseur of commissaris of functionaris is betrokken, dan woont hij de beraadslaging en besluitvorming over het desbetreffende onderwerp niet bij. Het is de plicht van de adviseur om dit onverwijld aan de secretaris mede te delen. Het is de taak van de secretaris om dit gedurende het beoordelingsproces strikt te bewaken. 2. Bij aanvang van iedere adviescommissievergadering controleert de secretaris of de betrokken adviseurs een belang hebben bij de beraadslaging en besluitvorming. Bij twijfel besluit het bestuur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel