**1.** Aan de hoofddirecteur van de Dienst Justitiële Inrichtingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot de verantwoordelijkheid van de Minister behorende aangelegenheden op het terrein van verzoeken tot voorwaardelijke invrijheidstelling op de BES, met uitzondering van de bevoegdheid tot het nemen van besluiten die zijn neergelegd in een document, gericht tot:
de Koning;
de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daartoe gevormde onderraad of commissie;
de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie;
de vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk of de vice-president van de Raad van State;
de president van de Algemene Rekenkamer; of
de Nationale ombudsman, indien de strekking daarvan is dat aan een aanbeveling van de Nationale ombudsman geen gevolg wordt gegeven.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Mandaatbesluit individuele verzoeken VI op de BES 2019· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 18 oktober 2019