Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van Overdrachtsbelasting, teruggaaf van betaalde belasting· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 19 oktober 2019

Op verzoek kan teruggaaf van betaalde overdrachtsbelasting worden verleend als de toestand van vóór de verkrijging zowel feitelijk als rechtens wordt hersteld als gevolg van de vervulling van een ontbindende voorwaarde, nietigheid of vernietiging of ontbinding wegens niet nakoming van een verbintenis (artikel 19 WBR). Voor de verkrijging krachtens herstel als bedoeld in artikel 19 WBR kan beroep worden gedaan op de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel r, WBR. Dit besluit bevat het beleid over de toepassing van de teruggaafregeling en de vrijstelling. In onderdeel 2.1 (Restitutie koopsom) zijn de voorwaarden aangepast. In voorwaarde a is niet meer opgenomen dat het te verrekenen bedrag moet zien op de waardeverandering die het gevolg is van een vestiging van een beperkt recht of huurrecht overeenkomstig Titel 4 van Boek 7 BW. Dit omdat uit jurisprudentie is gebleken dat er in geval van een tussentijdse vestiging van een beperkt recht of huurrecht, nadien geen sprake meer kan zijn van een feitelijk en rechtens herstel als bedoeld in artikel 19 WBR, ongeacht de wijze van restitutie.1Zie Hof Amsterdam 22 november 2012 (ECLI:NL:GHAMS:2012:3226) bevestigd door de Hoge Raad op 7 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:489) en Hof Arnhem Leeuwarden 11 juni 2013 (ECLI:NL:GHARL:2013:CA3907), bevestigd door de Hoge Raad op 7 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:504). Omdat de goedkeuring betrekking heeft op situaties waarin alleen om reden van een verrekening geen sprake kan zijn van een feitelijk en rechtens herstel, acht ik een goedkeuring voor een dergelijk geval niet meer wenselijk. Ook is in onderdeel 2.1 verduidelijkt dat het te verrekenen bedrag maximaal gelijk mag zijn aan de waardeverandering. Een verrekening tot een lager bedrag dan dit maximum is daarmee ook toegestaan. Verder is de voorwaarde onder sub c aangepast. De verplichting tot vergoeding van schade kan ook voortvloeien uit andere oorzaak dan ongerechtvaardigde verrijking als bedoeld in artikel 6:212 BW. Ook is aan dit onderdeel ter verduidelijking een voorbeeld toegevoegd en zijn enkele redactionele aanpassingen aangebracht zonder inhoudelijke gevolgen. Aan onderdeel 2.2 (Gedeeltelijk herstel) is toegevoegd dat er in de in dit onderdeel omschreven situatie ook gebruik kan worden gemaakt van de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel r, WBR. Verder is er een redactionele aanpassing aangebracht zonder inhoudelijke gevolgen. Onderdeel 3 bevat een toelichting op het begrip ‘voorwaarde’ als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel a, WBR. Onderdeel 3 uit het besluit van 30 augustus 2012 (Koopoptie bij ‘sale and leaseback’) is niet meer opgenomen. Het vraagstuk rond de toepassing van de teruggaafregeling bij een overeenkomst van ‘sale and leaseback’ heeft zich inmiddels in de jurisprudentie ontwikkeld.2Zie onder meer Hof Arnhem-Leeuwarden 24 november 2015 (ECLI:NL:GHARL:2015:8878), bevestigd door de Hoge Raad op 8 juli 2016 (ECLI:NL:HR:2016:1425). AWRAlgemene wet inzake rijksbelastingen BW Burgerlijk Wetboek WBRWet op belastingen van rechtsverkeer

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel