**1.** Leden van de adviescommissie worden extern geworven en geselecteerd door een onafhankelijke, door het bestuur ingestelde benoemingsadviescommissie. De benoemingscommissie draagt de kandidaten voor aan het bestuur, voor de functie van voorzitter of lid.
**2.** De leden van de adviescommissie beschikken over kennis van een of meer van de volgende gebieden:
de nationale en internationale ontwikkelingen van de disciplines amateurkunst, cultuureducatie en erfgoedparticipatie;
implementatie van de kernwoorden: vernieuwing, verduurzaming, talentontwikkeling, inclusiviteit, culturele diversiteit, ondernemerschap en fair practice binnen subsidieaanvragen;
de werkwijze van culturele instellingen en scholen in het primair- en voortgezet onderwijs
zakelijk inzicht.
**3.** De leden van de adviescommissie worden door het bestuur benoemd voor een periode van ten hoogste drie jaar, met de mogelijkheid tot herbenoeming van ten hoogste drie jaar.
Voorzitters van de adviescommissies zijn leden van de adviescommissie die als zodanig door het bestuur zijn benoemd. Voorzitters van de adviescommissies worden benoemd voor een periode van drie jaar, met de mogelijkheid tot eenmalige herbenoeming van ten hoogste drie jaar.
**4.** Het bestuur kan ad-hoc leden van adviescommissies benoemen.
**5.** Het bestuur kan een lid van een adviescommissie tussentijds uit zijn functie ontheffen, indien dat nodig is om de doelstellingen van de commissie te bewaken.
**6.** Leden van adviescommissies genieten per adviescommissievergadering een door het bestuur, met goedkeuring van de Raad van toezicht, vast te stellen vacatiegeld en een vergoeding van de reiskosten.
**7.** Leden van adviescommissies kunnen ook individueel gevraagd worden een advies te formuleren of andere taken uit te voeren. Zij krijgen daarvoor een door het bestuur vast te stellen vergoeding.
**8.** De vacatiegelden/ vacatievergoedingen zijn door de directeur-bestuurder vastgesteld en opgenomen in het ‘Besluit vacatiegelden adviseurs’.
**9.** Reguliere aanvragen voor instellingen en natuurlijke personen worden in beginsel voor inhoudelijke beoordeling voorgelegd aan een adviescommissie. In het kader van een integrale afweging met het oog op de gestelde prioriteiten kan het bestuur ook direct voorzien in de afhandeling van de vragen.
**10.** De leden van de adviescommissies zijn individueel en (waar mogelijk) gezamenlijk verantwoordelijk voor het vermijden van ongewenste belangenverstrengeling of tegenstrijdige belangen in het kader van hun functie. Indien sprake is van ongewenste belangenverstrengeling of tegenstrijdige belangen, neemt het betrokken lid van de adviescommissie geen deel aan de voorbereiding, beraadslaging en advisering ten aanzien van de desbetreffende aanvraag.
Artikel 8
Leden van de adviescommissie
Onderdeel van Huishoudelijk Reglement van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie 2019· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 23 oktober 2019