Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 16

PPA

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2020· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 31 oktober 2019

1. Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium PPA per zorgverzekeraar met betrekking tot: de indeling van de klassen ‘Wlz-instelling, blijvend’ en ‘Wlz-instelling, instromend’ op het referentiebestand PPA/SES dat is opgenomen in bijlage 6 van deze Beleidsregels; de leeftijd op het VPPKB 2018; de adresgegevens op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2017; de adresgegevens indien een verzekerde niet is opgenomen in het belastingdienstbestand over 2017, op het het gepseudonimiseerde adres in het VPPKB 2017. Indien een verzekerde ook niet is opgenomen in het VPPKB 2017 op het gepseudonimiseerde adres in het belastingdienstbestand over 2018 en indien verzekerde ook niet is opgenomen in het belastingdienstbestand over 2018 op het gepseudonimiseerde adres in het VPPKB 2018; bewoners Wlz-instelling blijvend op Wlz-declaraties december 2017; bewoners Wlz-instelling instromend op Wlz-declaraties december 2018 en op Wlz-declaraties december 2017. 2. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid onder b tot en met f, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2018 en bepaalt op basis hiervan in welke PPA klasse een verzekerde wordt ingedeeld. 3. Na toepassing van het tweede lid koppelt het Zorginstituut de verzekerden voor het criterium PPA aan het PKB 2019, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 4. Het Zorginstituut herschaalt na toepassing van het derde lid het geraamde aantal verzekerden voor het criterium PPA naar de macroverzekerdenraming, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie per klasse constant blijft.

Rechtspraak bij dit artikel