Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 19

MVV

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2020· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 31 oktober 2019

1. Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MVV per zorgverzekeraar met betrekking tot: de leeftijd op het VPPKB 2018; de kosten op declaraties kosten verpleging en verzorging 2015 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer, tot en met 31 december 2017, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2018 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; de kosten op declaraties kosten verpleging en verzorging 2016 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer, tot en met 31 december 2018, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2019 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; de kosten op declaraties kosten verpleging en verzorging 2017 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2019 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; Het VPPKB 2017. 2. Het Zorginstituut herleidt de percentages van de MVV klassen tot drempelbedragen. 3. Het Zorginstituut bepaalt op basis van de som van de declaraties, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c en d, de drempelbedragen uit het vorige lid en een koppeling met het VPPKB 2018 per verzekerde in welke MVV klasse de verzekerde valt. Het Zorginstituut stelt voor de klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 4. In afwijking van het vorige lid deelt het Zorginstituut verzekerden jonger dan achttien jaar voor wie de kosten bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, tot de top 0,25% behoren, in in de MVV klasse ‘Kosten V&V voorafgaand jaar in top 0,25%; 0-17 jaar’. 5. Voor verzekerden met kosten gelijk aan het drempelbedrag verdeelt het Zorginstituut met inachtneming van artikel 9, negende lid, van de Regeling de zwaarte van 1 naar rato over de betreffende klassen. 6. Indien de percentielgrens gelijk is aan nul euro deelt het Zorginstituut, met inachtneming van artikel 9, tiende lid, van de Regeling, verzekerden met kosten op de percentielgrens in bij de klasse ‘Geen MVV’. 7. Het Zorginstituut deelt, met inachtneming van artikel 9, zesde lid van de Regeling, verzekerden in een Wlz-instelling in in de klasse ‘Geen MVV’. 8. Het Zorginstituut koppelt de verzekerden voor het criterium MVV aan het VPPKB 2018. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2019, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 9. Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen MVV’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in bij de klasse ‘Geen MVV’. 10. Het Zorginstituut herschaalt na toepassing van de vorige leden het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MVV naar de macroverzekerdenraming en stemt de relatieve prevalentie per klasse af op de Overall Toets 2020 met WOR nummer 973, zoals die op 8 augustus 2019 aan de Minister van VWS is gerapporteerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel